vrijdag 14 maart 2014

'Boekenweekgeschenk'

Het is Boekenweek! Nieuwe boeken verschijnen, maar ook de wat oudere komen met enige regelmaat onder mijn aandacht. Deze week liep ik verschillende boekenkasten in de bibliotheek langs en selecteerde daaruit verschillende oude drukken om ze als patiënt mee te kunnen geven aan de boekrestaurator. Losliggende boekbanden, gescheurde bladzijden, slecht opgevouwen uitslaande platen, het is goed dat er een deskundige naar kijkt om ze te behandelen en weer te genezen van hun kwalen. Over een paar maanden komen de boeken weer helemaal hersteld terug en kunnen ze weer worden gebruikt voor onderzoek of in tentoonstellingen.
De Boekenweek gaf me ook gelegenheid om een bijzonder boekje te bestuderen dat ik onlangs als schenking kreeg aangeboden. Het was een exemplaar van Een jongen met durf, geschreven door Betsy Kater.

Een schenking aan de bibliotheek zei de aanbieder er meteen bij. Met dat soort schenkers ben ik blij. Het was ook nog eens een oud kinderboek en maritieme kinderboeken vormen al geruime tijd een speerpunt binnen het verzamelbeleid van de bibliotheek.
Betsy Kater was kinderboekenschrijfster, dichteres en vertaalster. Ze schreef een onbekend aantal zogenaamde fabrieksleesboeken, goedkope, gekartonneerde jongens- en meisjesboeken, die verschenen vanaf circa 1920, zonder vermelding van uitgever, drukker, plaats of jaar, met enkele eenvoudige illustraties, randversieringen boven de hoofdstukken en een gekleurde afbeelding op het voorplat. Fabrieksleesboeken werden waarschijnlijk via colportage, warenhuizen en markten verkocht. Ook Een jongen met durf is zo'n fabrieksleesboek.
Het verhaal speelt zich af in Amsterdam rond de opening van de Olympiade van 1928. Karel Honing is een pientere jongen van 14 jaar die door zijn directheid en eerlijke karakter een baantje weet te krijgen als liftjongen bij het warenhuis De Bijenkorf. Doordat hij het gesprek afluistert van twee losse kelners die toeristen willen bestelen, waarna deze worden gearresteerd, ontvangt hij een beloning waarvan hij kan gaan leren als banketbakker.
 

Na twee jaar krijgt hij een plaats als leerling-kok op de Ryndam van de Holland-Amerika Lijn waar hij vriendschap sluit met Pim, een donkere jongen die dienst doet als piccolo. Aanvankelijk is Karel zeeziek als het schip koers naar zee zet, maar bij aankomst in New York is dat over en is hij helemaal vol van het Vrijheidsbeeld en een bioscoop waar plaats was voor 18000 menschen! Na een week reist hij weer naar huis en besluit hij uiteindelijk een baan dichter bij huis te zoeken, omdat hij niet kan zien dat zijn moedertje om hem treurt.
Bij nadere bestudering blijkt de band nog een tweede verhaal te bevatten: Twee ferme jongens, een verhaal met een vrijwel identieke verhaallijn.
Betsy Kater werd geboren in Groningen in ze trouwde in 1882 met de uit Utrecht afkomstige David van Blitz, die 6½ jaar jonger was. In 1920 kregen ze een zoon, Frits Arie. Alle drie kwamen ze in juli 1943 om in het vernietigingskamp Sobibor, net als ruim 33.000 andere Nederlandse Joden.
Met die wetenschap lees je een dergelijk onschuldig jongensboek toch met heel andere ogen.

dinsdag 25 februari 2014

Historische filmvrouwen?

Deze week ging in Haarlem de film Kenau in première. Gouden Kalf winnares Monic Hendrickx speelt in deze film de historische figuur van Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588).


De film presenteert Kenau als moeder, strijder en heldin tijdens het beleg van Haarlem van 1573. De film heb ik nog niet gezien, dus ik weet niet of de rol van Kenau als scheepmaeckster er ook in voorkomt. Kenau trouwde in 1544 - achttien jaar oud - met Nanning Gerbrantdz. Borst, telg uit een Haarlems scheepmakersgeslacht. Nadat Nanning in 1562 stierf, tekende Kenau verschillende transactiestukken en brieven als scheepmaakster; op zich niet uniek, maar wel bijzonder! Kenau ging dus niet bij de pakken neerzitten, maar zette het bedrijf van haar overleden echtgenoot als zelfstandig onderneemster voort.


Kenau voer ook zelf. In juni 1588 reisde ze met haar eigen schip naar Noorwegen om hout in te kopen. Het schip keerde echter niet terug, waarna men aannam dat Kenau door zeerovers was overvallen en een droeve dood op zee had gevonden.
De roem van Kenau doofde na haar dood niet uit. In de negentiende eeuw werden zelfs schepen naar haar genoemd. De marine noemde een fregatschip Kenau Hasselaar. Het schip was in 1804 in Rotterdam als Diana op stapel gezet. Rond 1816 werd het herdoopt en nam het onder die heldhaftige naam deel aan het Bombardement van Algiers. Uiteindelijk werd het als wachtschip in 1841 gesloopt.


Ook de koopvaardij kende een schip met de naam Kenau Hasselaer. De Rotterdamse rederij C. Vlierboom & Zn. bestelde in 1839 een fregat van 698 ton bij scheepswerf De Naarstigheid van De Jong, Kortlandt en Anthonij. Dat schip werd na een loopbaan van bijna twintig jaar in 1858 gesloopt. Op dat moment had Vlierboom ook een schip met de naam Nova Zembla.


En u weet wellicht nog dat onder die naam eind 2011 de eerste Nederlandse 3D-film in de bioscopen te zien was. Het film toont het verhaal over de legendarische overwintering op Nova Zembla door de ogen van Gerrit de Veer, die als schrijver deelnam aan de expeditie. Een volledig verzonnen romance van De Veer met de dochter van de cartograaf en predikant Petrus Plancius (1552-1622), een rol van supermodel Doutzen Kroes, werd toegevoegd; dit natuurlijk om de bezoekcijfers flink op te stuwen.
Met Kenau is er nu in betrekkelijk korte tijd opnieuw een historische Nederlandse actiefilm.
Zou de directie van de Rotterdamse rederij Vlierboom een voorzienende blik hebben gehad met de keuze voor de namen van hun schepen? Ik laat graag aan u over of u in Monic Hendrickx een levensechte Kenau herkent of dat u meer van Doutzen als fictieve Catharina  Plancius gecharmeerd bent; en ook of zij boegbeelden voor de Nederlandse film zijn.

zondag 9 februari 2014

'Vrouwenspoelen'


Binnenkort is het weer 14 februari, Valentijnsdag, en dat is zoals we allemaal weten de dag dat de wereld weer in het teken staat van de romantiek. Aanbidders geven hun geliefden dan cadeautjes, bloemen of ze sturen hen een kaart. Vanuit Amerika kwam deze feestdag overwaaien naar ons land en werd het in de jaren '90 van de vorige eeuw een commercieel succes waar vooral de bloemisten en cadeauwinkels van profiteren. Tegenwoordig 'doet' ongeveer een kwart van de Nederlanders 'iets' aan Valentijnsdag. Op tv is er dan een groot aantal zwijmelfilms te zien en het zijn de jaarlijkse hoogtijdagen voor Dr. Love Robert ten Brink en Boerin zoekt Kijkers Yvon Jaspers.
In hun datingprogramma's komt het strand volgens mij niet zo heel vaak voor, maar romantiek en de kust zijn eigenlijk altijd heel sterk met elkaar verbonden geweest. Aan het strand zijn de normen en zeden minder strak. We gedragen ons anders en accepteren meer van elkaar als we heerlijk lijf aan lijf in de warme zon liggen, ieder op zijn eigen vierkante meter. Naakt recreëren is geen taboe (meer) om een bruin tintje te krijgen. 


Ook vroeger was het strand al een plaats van romantiek. Naakte baders waren er praktisch niet, maar geliefden speelden daar wel het spel van het vrouwenspoelen. Bij deze merkwaardige vorm van strandvermaak, die ongeveer tot het midden van de zeventiende eeuw in gebruik was, gingen jonge minnaars in de meimaand naar het strand. Als zij dan na een wandeling met hun geliefde bij de vloedlijn aankwamen dan werd de vrouw onverhoeds door haar minnaar opgetild en in de zee gedragen.


Tegenstribbelen en smeken hielp de vrouwen niet om hun minnaar van diens plan te weerhouden. Als deze diep genoeg de zee was ingelopen dan bespatte hij zijn angstige geliefde met water. Bij terugkeer op het droge werd de vrouw naar een duintop gevoerd en daar aangekomen in het mulle zand geduwd en van het duin afgerold. Beneden aangekomen volgde nog een inzouting met zand en hoe zij ook tegenspartelde, haar minnaar was niet te vermurwen. Jacob Cats beschreef dit fenomeen in zijn Spiegel van den ouden en nieuwen tyt. Het blijkt dat de meisjes niets misdeden, maar dat het de wijse van het landt was. Als de vrijster na afloop nog steeds vriendelijk en opgetogen haar minnaar tegemoet trad, dan wist deze dat hij op zijn geliefde kon bouwen. Kortom, voordat een man in de figuurlijke betekenis met een vrouw in zee ging testte hij haar eerst door letterlijk met haar in zee te gaan. Op strandgezichten van Scheveningen of Katwijk treffen we de praktijk van het vrouwenspoelen heel soms aan. Op verschillende schilderijen en prenten zie je die lust aan de kust soms als een detail afgebeeld. Soms staat er een visser met een net bij en dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over.
 

Mannen die vrouwen vastpakken en meetrekken naar zee; een enkele keer is het zelfs het hoofdthema van een prent. Cats en andere schrijvers veroordeelden deze ruwe omgangsvorm, die na de zeventiende eeuw in onbruik is geraakt. Denk daar nog maar eens aan als je de camper van Robert of het busje van Yvon soms een keer op de boulevard ziet staan.

maandag 20 januari 2014

Een kangoeroe zonder staart?


Weet u het nog? In 2006 werden de 400-jarige betrekkingen tussen Nederland en Australië uitgebreid herdacht met onder meer een bezoek van de toenmalige kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima. Schipper en ontdekkingsreiziger Willem Janszoon bereikte in 1606 met de Duyken de westkust van Australië en dit moment geldt vanuit Europees perspectief gezien als de officiële ontdekker van dit continent.


Maar nu is Australië in rep en roer. Waarom? In een zestiende-eeuws Portugees handschrift is tussen de sierlijk gekrulde letters een kleine tekening gevonden van wat lijkt op een kangoeroe (canguru in het Portugees). Het dier heeft alleen geen staart.


Het handschrift wordt gedateerd tussen 1580 en 1620 en daarmee kan het de Australische geschiedenis wel eens herschrijven. Het heeft ertoe geleid dat onderzoekers geloven dat afbeeldingen van het buideldier al circuleerden op het moment dat de Duyfken daar arriveerde. Zouden de Portugezen dus al eerder in Australië zijn geweest dan Willem Janszoon? Vandaar de commotie.
Het is bekend dat Portugal uiterst geheimzinnig deed over haar handelsroutes in deze periode. Wie de route kende, had immers ook de handel. Kaarten en andere geschriften waren dus uiterst geheim, maar verklaren ook dat de eventuele Portugese aanwezigheid daar niet erg bekend was.
Verschillende experts kwamen al met een verklaring. Een onderzoeker van het handschrift verklaarde dat een kangoeroe of een wallaby in een manuscript het bewijs is dat de kunstenaar ervan ofwel in Australië geweest is of dat rapporten en tekeningen van deze nieuwe wereld al beschikbaar waren in Portugal. Een historicus voerde mogelijk bewijs aan dat een Portugese maritieme expeditie de Australische kust in 1521-1522 al in kaart zou hebben gebracht, bijna een eeuw voor de Nederlandse landing. En een conservator van de National Library of Australia zei dat het dier op de afbeelding eruit ziet als een kangoeroe of een wallaby , maar dat dit alleen niet genoeg bewijs is om de Australische geschiedenisboeken te veranderen: ‘het kan een ander dier in Zuidoost-Azië zijn, zoals een hertensoort , waarvan sommige op hun achterpoten staan om zich te kunnen voeden met hoge takken'.


In een ander deel van het handschrift zijn twee mannelijke figuren verstrengeld in de letters van de tekst. Ze dragen tribale jurken, hebben naakte torso’s en bladerkronen op het hoofd. Daardoor worden ze door sommigen aangezien voor Aboriginals.
Hoe dan ook, het zal lastig worden om het echte bewijs te leveren dat de Portugezen de eerste Europeanen in Australië waren; niet alleen vanwege hun strikte geheimhouding, maar ook doordat veel historisch documenten  verloren gingen tijdens de aardbeving van Lissabon in 1755.
Het woord kangoeroe is afgeleid van gangurru wat in het Guugu Yimidhirr zwarte kangoeroe betekent. De naam is voor het eerst opgetekend op 4 augustus 1770 door luitenant James Cook aan de oever van de Endeavourrivier, niet ver van het huidige Cooktown, in het noordoosten van Australië. Het Guugu Yimidhirr is de taal die gesproken wordt door de oorspronkelijke bevolking van de streek.


Dit verhaal en daarmee de al dan niet in het Portugese handschrift afgebeelde kangoeroe krijgen vast nog een staartje. Maar misschien dan wel een echte staart.

dinsdag 31 december 2013

Gelukkig nieuwjaar! Ook op Samoa!

Op het moment dat ik dit stukje schrijf, is het in Nederland nog 2013, maar in een ander deel van de wereld is het nieuwe jaar al begonnen. Het nieuwe jaar 2014 werd namelijk afgetrapt op Samoa. Op het kleine Kiritimati (Kersteiland) en op Samoa was het als eerste nieuwjaar. Op de eilanden in de Grote Oceaan is het precies dertien uur later dan in Nederland, waardoor het er al om 11.00 uur (onze tijd) 2014 werd.  De eilandengroep was lange tijd het land waar het laatste Nieuwjaar werd gevierd, namelijk om 12.00 uur Nederlandse tijd. Samoa besloot echter om per 29 december 2011 over te stappen van de oostelijke naar de westelijke kant van de datumgrens. Dit betekent dat er een dag werd overgeslagen: 30 december kwam dat jaar op Samoa niet voor, want na 29 december 2011 volgde direct 31 december 2011. Deze wijziging vergemakkelijkte het zakendoen met de voornaamste handelspartners Australië en Nieuw-Zeeland, die beide al aan de andere kant van de datumgrens liggen.
Weinig bekend is dat er een Nederlands tintje aan Samoa zit. Op de eilandengroep is veel aandacht voor Nederland, of liever gezegd voor de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen (1659-1729). Dat is niet zo gek, want naast Paaseiland heeft Roggeveen namelijk een groot aantal eilanden uit de Samoa-archipel ontdekt. Roggeveen, die in 1721 was uitgezonden om het onbekende Zuidland te vinden en daarbij toevallig op Paaseiland stuitte, was in 1722 de eerste Europeaan die Samoa bezocht.
Terwijl Roggeveen als ontdekkingsreiziger in zijn eigen land niet erg bekend is, is hij in het buitenland echter een van de bekendste. Over Paaseiland zijn hele bibliotheken volgeschreven en in bijna ieder artikel of boek komt de naam Roggeveen wel voor.


Op Samoa zijn ze Roggeveen niet vergeten en zijn er zelfs postzegels en zilveren dollars over zijn expeditie uitgegeven. In 1992 werd een munt van tien dollar als herdenkingspenning uitgegeven waarop de schepen ArendThienhoven en Afrikaansche Galey van Roggeveens vloot zijn afgebeeld.


In Nederland is er echter niet veel dat herinnert aan Roggeveen en zijn reis. In zijn geboorteplaats Middelburg hangt een plaquette aan het huis in de Noordstraat waar hij enige tijd woonde, en zijn de muren en de vloeren van het Zeeuws Archief versierd met teksten uit de reisverslagen van Roggeveen. Op de buitenmuur van het archief is de beschrijving te lezen van de ontmoeting tussen de eerste Westerling met een Paaseilander.

 
In 2012 verscheen bij uitgever Balans het boek Naar het aards paradijs. Het rusteloze leven van Jacob Roggeveen, ontdekker van Paaseiland (1659-1729), geschreven door Roelof van Gelder, waarin de expeditie wordt beschreven. Maar dat boek kennen ze op Samoa waarschijnlijk niet.

vrijdag 6 december 2013

Nummer 39 met rijst?

Net als de storm van deze week is de commotie rond de ‘grap’ van onze nationale knuffelhomo Gordon weer enigszins geluwd. Er is de afgelopen tijd al veel over gezegd en geschreven en dat zal ik niet allemaal herhalen, maar wat ik nog nergens las is dat de Chinese eetcultuur kennelijk zodanig diep in de Nederlandse samenleving geworteld is dat iedereen begrijpt wat er wordt bedoeld als iemand het over 'nummer 39 met rijst' heeft.
Ruim honderd jaar geleden kwamen de eerste Chinezen naar Nederland. Door hun werk op de schepen als stoker, wasknecht of kolentremmer zwierven ze uit over alle windstreken. In 1911 vestigden de eerste Chinezen zich in Nederland: op Katendrecht. Zij brachten niet alleen zichzelf mee, maar ook hun gewoontes, gebruiken en cultuur. Ook hun eetcultuur dus. Katendrecht was rond 1920 dé uitgaanswijk van Rotterdam en 'the place to be'.Vele nationaliteiten kwamen hier samen. Met name door de scheepvaart. Amerikanen, Duitsers, Noren en dus ook Chinezen. Het allereerste Chinese restaurant in Nederland zat beginjaren ’20 op Katendrecht: Tsjang Kam Soi.



 
Door de economische crisis van 1929 daalde de Nederlandse handel met een derde en kwamen veel schepen stil te liggen. Door de overgang van stoom naar motor werden steeds meer stokers overbodig. De Chinese zeelieden raakten daardoor massaal werkloos. Enkele van hen begonnen met de verkoop van zelfgebakken pindakoekjes. Dit werd een zodanig succes, dat de handel zich snel uitbreidde over Rotterdam en vandaar verder naar andere Nederlandse steden.
 
 
Bij de verkoop placht de verkoper te roepen 'pinda, pinda, lekka, lekka!' waaruit de naam pinda-Chinees is ontstaan.
De Chinese eetcultuur, maar daarmee ook de beledigingen naar Chinezen toe, hebben we voor een deel aan de scheepvaart te danken, maar waarschijnlijk kon Gordon dit allemaal niet bevroeden.

maandag 18 november 2013

JFK en de zee

Waarschijnlijk iedereen weet dat John Fitzgerald Kennedy de 35ste president van de Verenigde Staten van Amerika was en dat hij op 22 november 1963 in Dallas werd vermoord. De precieze toedracht daarvan, nu 50 jaar geleden, is nog steeds met veel geheimen, speculaties en complottheorieën omkleed. Naar schatting 600 tot 1000 boeken zijn erover verschenen.
Minder bekend is dat JFK een duidelijke relatie met de scheepvaart en de zee had. Hij was een fervent zeiler.


En voordat hij zich in de politiek begaf, vocht Kennedy tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Amerikaanse marine. Met groot risico voor zichzelf, redde hij in augustus 1943 de bemanning van een motor torpedoboot die getroffen was door een Japanse torpedobootjager. Voor dat moedige optreden ontving Kennedy diverse medailles.


Als gevolg van de tijdens deze actie opgelopen verwondingen en andere kwalen, zoals de ziekte van Addison, leed JFK aan ernstige rugpijnen en liep hij daarom buiten het zicht van de openbaarheid vaak op krukken. Zonder hulp kon hij nauwelijks lopen. Er is een theorie dat Kennedy zonder dat korset de aanslag op zijn leven misschien wel zou hebben overleefd. Misschien was hij dan na de eerste kogel niet alleen scheefgezakt, maar ook voorovergevallen zodat de tweede kogel hem niet in het hoofd zou hebben geraakt. Misschien maakte het ook helemaal niets uit. Dat doet wel de vraag 'Wat als?' ontstaan. Talloze serieuze historici en romanschrijvers houden zich met deze vraag bezig. Wat als dit ... of wat als dat? Hoe zou de geschiedenis dan zijn verlopen? Er is zelfs een officiële naam voor: Alternate History.
 
 
Wat dus als Kennedy niet in de marine zou hebben gediend? Of in ieder geval die oorlogswond niet zou hebben opgelopen? Wat als hij zijn presidentschap had kunnen voltooien? Wat dan? Zou de Vietnamoorlog dan anders zijn verlopen? Hoe zou de relatie tussen Amerika en Rusland zich hebben ontwikkeld? Waren Kennedy's buitenechtelijke liefdesaffaires dan uitgekomen? Soms is het misschien maar beter dat we de vraag 'Wat als?' niet hoeven te beantwoorden. En zo zie je ook dat de scheepvaart vaak meer voor de geschiedenis betekent dan we ons in eerste instantie misschien beseffen.