woensdag 15 oktober 2014

Goede vaart ... met een taart!

Als er iets te vieren valt, zoals een verjaardag, huwelijk  of jubileum, dan is dat een uitgelezen kans om te trakteren. Meestal is dat met een heerlijk stuk vlaai of taart, zelfgemaakt of zelf gekocht. Het lijkt dan net of Abel van De taarten van Abel of Martine van Heel Holland bakt is langs geweest. 


Bijna iedereen vindt zo'n lekkernij niet te versmaden. Zo is dat ook in het Maritiem Museum Rotterdam. Ook hier zijn jarigen en jubilarissen. En bij de opening van een nieuwe tentoonstelling of als er een andere belangrijke mijlpaal is bereikt, wordt dat vaak luister bijgezet voor de medewerkers met zo'n heerlijke zoete calorieënbom. De koffiedames zijn dan druk in de weer met stukjes snijden en ze houden voor iedereen heel eerlijk in de gaten wie dan wel of nog niet een stukje heeft gehad. Vaak is de taart dan in stijl, bijv. met het nieuwe logo in marsepein erop. In de scheepvaart en ook andere sectoren van de maatschappij is taart vanzelfsprekend als er iets te vieren valt. Aan boord eten passagiers ook taart, soms staat een taart zelfs op het menu.

 
Denk nu niet dat we hier helemaal dichtgroeien, want dat is gelukkig niet zo. Onlangs maakten we een filmpje om aan bezoekers in ons museum te kunnen laten zien wat we allemaal achter de schermen doen aan verzamelen, transporten, depotbeheer, onderzoek en presenteren. We waren daarvoor op bezoek bij een mevrouw thuis die iets aan ons wilde schenken. Zij vond het zo leuk dat we bij haar kwamen filmen dat ze speciaal voor de filmploeg, de projectleider en ik bij de plaatselijke banketbakker een maritieme taart had laten vervaardigen. Een dus met een schip en Goede vaart! erop!


Die hebben we natuurlijk met smaak verorberd. En u begrijpt nu vast en zeker dat het altijd een feest is om in het Maritiem Museum Rotterdam te mogen werken!

woensdag 24 september 2014

Stel je toch eens voor ...

Deze zomer was ik op vakantie in Frankrijk. In de nabijheid van Parijs nog wel. In het lijstje van te bezoeken bezienswaardigheden stond Eurodisney en een bezoek aan dit pretpark mocht dus niet ontbreken. Toch is het meer iets voor de liefhebbers van Mickey Mouse. Zelf ben ik meer een fan van de verhalen en tekenstijl van Kuifje. Daarover later meer. Maar goed, zo'n hele dag in een keurig bijgeharkt pretpark heeft toch wel wat. Iedereen is vriendelijk en zegt je gedag. Of dat nu echt gemeend is of zo afgesproken laat ik even in het midden, maar menig Nederlander kan van die klantgerichte opstelling nog wat leren. Ondertussen is het natuurlijk schreeuwend duur allemaal. Het begint al bij de parkeerplaats. En ook in de winkels en restaurants word je alles bij elkaar toch heel wat geld uit de zak getroggeld. En dan de lange wachtrijen voor de diverse attracties. Je kon een kaartje voor de 'fast lane' uit een automaat halen zodat je over drie uur maar een kwartier hoefde te wachten. Dat kostte dan weer niks! Op zich is zo'n bezoek leuk voor een keer, maar ik vermaakte me het meest met het observeren van verveeld wachtende bezoekers. Ook was ik in Parijs zelf en bezocht daar voor het eerst in lange tijd weer eens het Louvre.

 
Ook daar zag ik lange rijen geduldig wachtende bezoekers voor de piramide met de ingang. Gelukkig was het mooi weer en vermaakte ik mij met het observeren van de andere toeristen in de rij. Op het grote plein ontdekte ik ook enkele koperen plaatjes met de mysterieuze naam ARAGO erop. Ik wist dat ze hier lagen, want Dan Brown noemt ze in zijn onvolprezen boek The Da Vinci Code. Eigenlijk vormen de plaatjes een kunstwerk van Jan Dibbets. Lees het boek De meridiaan van Parijs van Philip Freriks er maar op na. In totaal liggen er 135 van die plaatjes op een rechte lijn door Parijs. Het is een eerbetoon aan de meridiaan van Parijs en de astronoom François Arago. U denkt vast, maar de nulmeridiaan loopt toch over Greenwich? Ja, tegenwoordig wel. Vroeger waren er meer meridianen die pretendeerden de nulmeridiaan te zijn. Parijs was er daar een van, net als die van Antwerpen. Honderd jaar geleden, in 1914 is algemeen die van Greenwich aanvaard en zo is het nu nog steeds. Het is daarom niet zo vreemd dat men zich nog wel eens vergist. Zelfs Kuifje, op zoek naar het scheepswrak van de Eenhoorn, in De schat van Scharlaken Rackham deed dat.
 
 
En van dat scheepswrak, kom ik dan weer op een scheepsmodel. Dat zit zo. Eenmaal binnen in het Louvre wijzen nogal simpele bordjes de toeristen welke gangen en trappen ze moeten nemen om bij de zaal van de Mona Lisa te komen. Hoe dichter je die zaal nadert, hoe drukker het wordt. De gekte van de massahysterie om dat schilderij te zien, komt tot een climax zodra je de zaal betreedt. Honderden mensen verdringen zich richting dat ene schilderij.  

 
De andere schilderijen waaronder een gigantisch werk van Veronese krijgen nauwelijks aandacht. Het duurt dan nog zo'n 20 minuten voordat je langzaam schuivend oog in oog staat met La Gioconda. Stel je toch eens voor dat iedere dag honderden mensen in een lange rij voor de entree van het Maritiem Museum zouden staan om een glimp van het Matarómodel, onze eigen Mona Lisa, te kunnen opvangen.
 
 
Met iPads, mobieltjes, tablets of gewone camera's zouden Japanners en Chinezen elkaar staan te verdringen. Drie stevige gastheren zouden de meute in toom moeten houden. Eenmaal in de gestage stroom zich naar voren werkende toeristen, moesten dan vlakbij het model via een zijgang afgevoerd worden. Uur na uur, iedere dag weer. Weest gerust, het is niet zo. Misschien maar beter ook. We zouden ons een vermogen aan bewakingskosten op de hals halen. Gelukkig is het model binnenkort te zien op onze expositie Topstukken temidden van nog 24 andere hoogtepunten uit onze eeuwenoude collectie. Om al dat moois te bewonderen hoef je niet een uur in de rij te staan, het kost je geen vermogen en onze gastheren en -vrouwen zijn ook uiterst vriendelijk. Allemaal zonder dringen! Om van te watertanden!

maandag 16 juni 2014

‘Zwolle, zonder dolle …’


'Enig idee wie Willem Jan Schuttevaer was?'. Het bleef even stil, maar niemand reageerde. Als enige stak ik mijn vinger op. 'Jazeker', zei ik enigszins bedremmeld tegen de gids die het gezelschap waarin ik mij bevond al wandelend door de straten van Zwolle voerde. 'Een voorvechter voor de binnenschippers' voegde ik er nog aan toe.


'Heel goed', zei de gids en hij voegde er nog aan toe: 'Schuttevaer werd in 1798 in Zwolle geboren en woonde tot aan zijn overlijden in 1881 hier aan de Thorbeckegracht. Hij verdedigde de belangen van de binnenschippers en als dank daarvoor werd zijn naam in 1863 verbonden aan de Koninklijke Schippersvereniging, die hij mede had opgericht. Ook het weekblad voor de binnenvaart, dat eind 1888 startte, kreeg zijn naam: Weekblad Schuttevaer. Hier, aan de gevel van zijn woonhuis, is een herdenkingssteen als herinnering geplaatst'.


Terwijl iedereen alweer doorliep, op weg naar de volgende bezienswaardigheid, bleef ik nog even staan om het huis en de steen wat beter te bekijken. In Zwolle herinneren ook de Schuttevaerkade en de Schuttevaerhaven nog aan de man die als schipper en handelaar in verzet kwam tegen de hoge tolheffing die schippers moesten betalen op het Zwolse Diep. De strijd tegen de tolheffing op het Zwolse Diep duurde 17 jaar. Pas in 1862 erkende minister Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) het gelijk van de turfschippers. Dezelfde Thorbecke werd overigens ook in Zwolle geboren, drie dagen vóór Schuttevaer (!) en de popmuzikanten Herman Brood en Miss Montreal (pseudoniem van Sanne Hans) hadden er eveneens hun wieg staan.


Over muziek en liedjes gesproken, Van Kooten en De Bie zongen al dat ‘Zwolle zonder dolle' (zonder ‘n’) voor hen het Den Haag van Overijssel was. En dat ze met de trein in twee uur tijd in Zwolle konden zijn. Per schip duurt dat iets langer, maar de stad aan het Zwarte Water is de moeite van een bezoek meer dan waard.

woensdag 2 april 2014

‘Een soa via een opblaaspop?’

Kun je van een vieze toiletbril een soa (seksueel overdraagbare aandoening) krijgen? Wat denkt u? Nee hoor, natuurlijk niet. Net zoals dat je van twee dagen achter elkaar dezelfde sokken dragen geen sok overdraagbare aandoening krijgt.


Toiletbrillen worden echter wel vaak automatisch gereinigd en er zijn ook speciale schoonmaakdoekjes en brildekjes voor te koop. Een vieze toiletbril ziet er natuur niet fris uit, maar helpt schoonmaken echt? Denkt u dat dit het overbrengen van ziektes voorkomt? Nee hoor, maar het gaat dan ook vooral om het idee, want via je billen of benen krijg je heus niet zomaar een bacterie binnen. Eigenlijk loop je de meeste risico’s door het gebruik van de waterkraan, de deurknop in openbare toiletten en het gebruikmaken van handdoeken van textiel. Die kun je dan ook maar beter mijden. Maar omdat we met z’n allen nogal smetvrezerig zijn, maken we de bril na ieder gebruik het liefst even schoon. Dat kan natuurlijk helemaal geen kwaad, maar een droog papiertje helpt helemaal niets. Het vergroot zelfs het risico, omdat bacteriën dwars door het papier heen lopen. Ik las ergens dat ze zelfs door zeven (!) lagen toiletpapier komen.
Dit gegeven deed denken aan een casus waarop Erwin Kompanje, klinisch ethicus bij het Erasmus MC in Rotterdam, mij op attendeerde: de overdracht van gonorroe door middel van een opblaaspop.
De overdracht van gonorroe zonder dat er van seksueel verkeer sprake is, lijkt uiterst zeldzaam te zijn. Er is slechts één geval van non-seksuele overdracht van genitale gonorroe gedocumenteerd bij volwassenen. Het ging hier om twee patiënten in een militair hospitaal die een urinoir hadden gedeeld.
In de casus ging het om de schipper van een trawler, die drie maanden op zee was geweest. Bij terugkeer van de reis vertoonde hij de kenmerken van gonorroe, maar er was aan boord van de trawler was geen enkele vrouw. Ook ontkende hij homoseksuele contacten en er was geen twijfel dat de symptomen waren ontstaan meer dan twee maanden na het verlaten van de haven. Met enige aarzeling vertelde hij het verhaal.


Enkele dagen voor de aanvang van de symptomen had hij de werktuigkundige ’s nachts in zijn hut gewekt vanwege motorpech. Nadat de ingenieur zijn hut had verlaten, vond de schipper een opblaasbare pop met kunstvagina in zijn bed en hij werd verleid omgang met de pop te hebben. Een paar dagen later begonnen zijn klachten. Nu werd ook de werktuigkundige onderzocht en hij bleek eveneens gonorroe te hebben. De man gaf toe dat hij ejaculeerde in de vagina van de pop vlak voordat de schipper hem had geroepen en dat hij de pop achteraf niet had schoongemaakt. Ook gaf hij toe omgang te hebben gehad met een meisje in een andere stad een paar dagen voordat hij naar zee ging. Dit meisje werd opgespoord, maar het resultaat van haar onderzoek is niet bekend.


Er is geen enkel ander geval bekend van het overbrengen van gonorroe door middel van een opblaasbare pop. Zou onze Pamela in de tentoonstelling Sex & The Sea ook zoiets hebben meegemaakt?

vrijdag 14 maart 2014

'Boekenweekgeschenk'

Het is Boekenweek! Nieuwe boeken verschijnen, maar ook de wat oudere komen met enige regelmaat onder mijn aandacht. Deze week liep ik verschillende boekenkasten in de bibliotheek langs en selecteerde daaruit verschillende oude drukken om ze als patiënt mee te kunnen geven aan de boekrestaurator. Losliggende boekbanden, gescheurde bladzijden, slecht opgevouwen uitslaande platen, het is goed dat er een deskundige naar kijkt om ze te behandelen en weer te genezen van hun kwalen. Over een paar maanden komen de boeken weer helemaal hersteld terug en kunnen ze weer worden gebruikt voor onderzoek of in tentoonstellingen.
De Boekenweek gaf me ook gelegenheid om een bijzonder boekje te bestuderen dat ik onlangs als schenking kreeg aangeboden. Het was een exemplaar van Een jongen met durf, geschreven door Betsy Kater.

Een schenking aan de bibliotheek zei de aanbieder er meteen bij. Met dat soort schenkers ben ik blij. Het was ook nog eens een oud kinderboek en maritieme kinderboeken vormen al geruime tijd een speerpunt binnen het verzamelbeleid van de bibliotheek.
Betsy Kater was kinderboekenschrijfster, dichteres en vertaalster. Ze schreef een onbekend aantal zogenaamde fabrieksleesboeken, goedkope, gekartonneerde jongens- en meisjesboeken, die verschenen vanaf circa 1920, zonder vermelding van uitgever, drukker, plaats of jaar, met enkele eenvoudige illustraties, randversieringen boven de hoofdstukken en een gekleurde afbeelding op het voorplat. Fabrieksleesboeken werden waarschijnlijk via colportage, warenhuizen en markten verkocht. Ook Een jongen met durf is zo'n fabrieksleesboek.
Het verhaal speelt zich af in Amsterdam rond de opening van de Olympiade van 1928. Karel Honing is een pientere jongen van 14 jaar die door zijn directheid en eerlijke karakter een baantje weet te krijgen als liftjongen bij het warenhuis De Bijenkorf. Doordat hij het gesprek afluistert van twee losse kelners die toeristen willen bestelen, waarna deze worden gearresteerd, ontvangt hij een beloning waarvan hij kan gaan leren als banketbakker.
 

Na twee jaar krijgt hij een plaats als leerling-kok op de Ryndam van de Holland-Amerika Lijn waar hij vriendschap sluit met Pim, een donkere jongen die dienst doet als piccolo. Aanvankelijk is Karel zeeziek als het schip koers naar zee zet, maar bij aankomst in New York is dat over en is hij helemaal vol van het Vrijheidsbeeld en een bioscoop waar plaats was voor 18000 menschen! Na een week reist hij weer naar huis en besluit hij uiteindelijk een baan dichter bij huis te zoeken, omdat hij niet kan zien dat zijn moedertje om hem treurt.
Bij nadere bestudering blijkt de band nog een tweede verhaal te bevatten: Twee ferme jongens, een verhaal met een vrijwel identieke verhaallijn.
Betsy Kater werd geboren in Groningen in ze trouwde in 1882 met de uit Utrecht afkomstige David van Blitz, die 6½ jaar jonger was. In 1920 kregen ze een zoon, Frits Arie. Alle drie kwamen ze in juli 1943 om in het vernietigingskamp Sobibor, net als ruim 33.000 andere Nederlandse Joden.
Met die wetenschap lees je een dergelijk onschuldig jongensboek toch met heel andere ogen.

dinsdag 25 februari 2014

Historische filmvrouwen?

Deze week ging in Haarlem de film Kenau in première. Gouden Kalf winnares Monic Hendrickx speelt in deze film de historische figuur van Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588).


De film presenteert Kenau als moeder, strijder en heldin tijdens het beleg van Haarlem van 1573. De film heb ik nog niet gezien, dus ik weet niet of de rol van Kenau als scheepmaeckster er ook in voorkomt. Kenau trouwde in 1544 - achttien jaar oud - met Nanning Gerbrantdz. Borst, telg uit een Haarlems scheepmakersgeslacht. Nadat Nanning in 1562 stierf, tekende Kenau verschillende transactiestukken en brieven als scheepmaakster; op zich niet uniek, maar wel bijzonder! Kenau ging dus niet bij de pakken neerzitten, maar zette het bedrijf van haar overleden echtgenoot als zelfstandig onderneemster voort.


Kenau voer ook zelf. In juni 1588 reisde ze met haar eigen schip naar Noorwegen om hout in te kopen. Het schip keerde echter niet terug, waarna men aannam dat Kenau door zeerovers was overvallen en een droeve dood op zee had gevonden.
De roem van Kenau doofde na haar dood niet uit. In de negentiende eeuw werden zelfs schepen naar haar genoemd. De marine noemde een fregatschip Kenau Hasselaar. Het schip was in 1804 in Rotterdam als Diana op stapel gezet. Rond 1816 werd het herdoopt en nam het onder die heldhaftige naam deel aan het Bombardement van Algiers. Uiteindelijk werd het als wachtschip in 1841 gesloopt.


Ook de koopvaardij kende een schip met de naam Kenau Hasselaer. De Rotterdamse rederij C. Vlierboom & Zn. bestelde in 1839 een fregat van 698 ton bij scheepswerf De Naarstigheid van De Jong, Kortlandt en Anthonij. Dat schip werd na een loopbaan van bijna twintig jaar in 1858 gesloopt. Op dat moment had Vlierboom ook een schip met de naam Nova Zembla.


En u weet wellicht nog dat onder die naam eind 2011 de eerste Nederlandse 3D-film in de bioscopen te zien was. Het film toont het verhaal over de legendarische overwintering op Nova Zembla door de ogen van Gerrit de Veer, die als schrijver deelnam aan de expeditie. Een volledig verzonnen romance van De Veer met de dochter van de cartograaf en predikant Petrus Plancius (1552-1622), een rol van supermodel Doutzen Kroes, werd toegevoegd; dit natuurlijk om de bezoekcijfers flink op te stuwen.
Met Kenau is er nu in betrekkelijk korte tijd opnieuw een historische Nederlandse actiefilm.
Zou de directie van de Rotterdamse rederij Vlierboom een voorzienende blik hebben gehad met de keuze voor de namen van hun schepen? Ik laat graag aan u over of u in Monic Hendrickx een levensechte Kenau herkent of dat u meer van Doutzen als fictieve Catharina  Plancius gecharmeerd bent; en ook of zij boegbeelden voor de Nederlandse film zijn.

zondag 9 februari 2014

'Vrouwenspoelen'


Binnenkort is het weer 14 februari, Valentijnsdag, en dat is zoals we allemaal weten de dag dat de wereld weer in het teken staat van de romantiek. Aanbidders geven hun geliefden dan cadeautjes, bloemen of ze sturen hen een kaart. Vanuit Amerika kwam deze feestdag overwaaien naar ons land en werd het in de jaren '90 van de vorige eeuw een commercieel succes waar vooral de bloemisten en cadeauwinkels van profiteren. Tegenwoordig 'doet' ongeveer een kwart van de Nederlanders 'iets' aan Valentijnsdag. Op tv is er dan een groot aantal zwijmelfilms te zien en het zijn de jaarlijkse hoogtijdagen voor Dr. Love Robert ten Brink en Boerin zoekt Kijkers Yvon Jaspers.
In hun datingprogramma's komt het strand volgens mij niet zo heel vaak voor, maar romantiek en de kust zijn eigenlijk altijd heel sterk met elkaar verbonden geweest. Aan het strand zijn de normen en zeden minder strak. We gedragen ons anders en accepteren meer van elkaar als we heerlijk lijf aan lijf in de warme zon liggen, ieder op zijn eigen vierkante meter. Naakt recreëren is geen taboe (meer) om een bruin tintje te krijgen. 


Ook vroeger was het strand al een plaats van romantiek. Naakte baders waren er praktisch niet, maar geliefden speelden daar wel het spel van het vrouwenspoelen. Bij deze merkwaardige vorm van strandvermaak, die ongeveer tot het midden van de zeventiende eeuw in gebruik was, gingen jonge minnaars in de meimaand naar het strand. Als zij dan na een wandeling met hun geliefde bij de vloedlijn aankwamen dan werd de vrouw onverhoeds door haar minnaar opgetild en in de zee gedragen.


Tegenstribbelen en smeken hielp de vrouwen niet om hun minnaar van diens plan te weerhouden. Als deze diep genoeg de zee was ingelopen dan bespatte hij zijn angstige geliefde met water. Bij terugkeer op het droge werd de vrouw naar een duintop gevoerd en daar aangekomen in het mulle zand geduwd en van het duin afgerold. Beneden aangekomen volgde nog een inzouting met zand en hoe zij ook tegenspartelde, haar minnaar was niet te vermurwen. Jacob Cats beschreef dit fenomeen in zijn Spiegel van den ouden en nieuwen tyt. Het blijkt dat de meisjes niets misdeden, maar dat het de wijse van het landt was. Als de vrijster na afloop nog steeds vriendelijk en opgetogen haar minnaar tegemoet trad, dan wist deze dat hij op zijn geliefde kon bouwen. Kortom, voordat een man in de figuurlijke betekenis met een vrouw in zee ging testte hij haar eerst door letterlijk met haar in zee te gaan. Op strandgezichten van Scheveningen of Katwijk treffen we de praktijk van het vrouwenspoelen heel soms aan. Op verschillende schilderijen en prenten zie je die lust aan de kust soms als een detail afgebeeld. Soms staat er een visser met een net bij en dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over.
 

Mannen die vrouwen vastpakken en meetrekken naar zee; een enkele keer is het zelfs het hoofdthema van een prent. Cats en andere schrijvers veroordeelden deze ruwe omgangsvorm, die na de zeventiende eeuw in onbruik is geraakt. Denk daar nog maar eens aan als je de camper van Robert of het busje van Yvon soms een keer op de boulevard ziet staan.

maandag 20 januari 2014

Een kangoeroe zonder staart?


Weet u het nog? In 2006 werden de 400-jarige betrekkingen tussen Nederland en Australië uitgebreid herdacht met onder meer een bezoek van de toenmalige kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima. Schipper en ontdekkingsreiziger Willem Janszoon bereikte in 1606 met de Duyken de westkust van Australië en dit moment geldt vanuit Europees perspectief gezien als de officiële ontdekker van dit continent.


Maar nu is Australië in rep en roer. Waarom? In een zestiende-eeuws Portugees handschrift is tussen de sierlijk gekrulde letters een kleine tekening gevonden van wat lijkt op een kangoeroe (canguru in het Portugees). Het dier heeft alleen geen staart.


Het handschrift wordt gedateerd tussen 1580 en 1620 en daarmee kan het de Australische geschiedenis wel eens herschrijven. Het heeft ertoe geleid dat onderzoekers geloven dat afbeeldingen van het buideldier al circuleerden op het moment dat de Duyfken daar arriveerde. Zouden de Portugezen dus al eerder in Australië zijn geweest dan Willem Janszoon? Vandaar de commotie.
Het is bekend dat Portugal uiterst geheimzinnig deed over haar handelsroutes in deze periode. Wie de route kende, had immers ook de handel. Kaarten en andere geschriften waren dus uiterst geheim, maar verklaren ook dat de eventuele Portugese aanwezigheid daar niet erg bekend was.
Verschillende experts kwamen al met een verklaring. Een onderzoeker van het handschrift verklaarde dat een kangoeroe of een wallaby in een manuscript het bewijs is dat de kunstenaar ervan ofwel in Australië geweest is of dat rapporten en tekeningen van deze nieuwe wereld al beschikbaar waren in Portugal. Een historicus voerde mogelijk bewijs aan dat een Portugese maritieme expeditie de Australische kust in 1521-1522 al in kaart zou hebben gebracht, bijna een eeuw voor de Nederlandse landing. En een conservator van de National Library of Australia zei dat het dier op de afbeelding eruit ziet als een kangoeroe of een wallaby , maar dat dit alleen niet genoeg bewijs is om de Australische geschiedenisboeken te veranderen: ‘het kan een ander dier in Zuidoost-Azië zijn, zoals een hertensoort , waarvan sommige op hun achterpoten staan om zich te kunnen voeden met hoge takken'.


In een ander deel van het handschrift zijn twee mannelijke figuren verstrengeld in de letters van de tekst. Ze dragen tribale jurken, hebben naakte torso’s en bladerkronen op het hoofd. Daardoor worden ze door sommigen aangezien voor Aboriginals.
Hoe dan ook, het zal lastig worden om het echte bewijs te leveren dat de Portugezen de eerste Europeanen in Australië waren; niet alleen vanwege hun strikte geheimhouding, maar ook doordat veel historisch documenten  verloren gingen tijdens de aardbeving van Lissabon in 1755.
Het woord kangoeroe is afgeleid van gangurru wat in het Guugu Yimidhirr zwarte kangoeroe betekent. De naam is voor het eerst opgetekend op 4 augustus 1770 door luitenant James Cook aan de oever van de Endeavourrivier, niet ver van het huidige Cooktown, in het noordoosten van Australië. Het Guugu Yimidhirr is de taal die gesproken wordt door de oorspronkelijke bevolking van de streek.


Dit verhaal en daarmee de al dan niet in het Portugese handschrift afgebeelde kangoeroe krijgen vast nog een staartje. Maar misschien dan wel een echte staart.

dinsdag 31 december 2013

Gelukkig nieuwjaar! Ook op Samoa!

Op het moment dat ik dit stukje schrijf, is het in Nederland nog 2013, maar in een ander deel van de wereld is het nieuwe jaar al begonnen. Het nieuwe jaar 2014 werd namelijk afgetrapt op Samoa. Op het kleine Kiritimati (Kersteiland) en op Samoa was het als eerste nieuwjaar. Op de eilanden in de Grote Oceaan is het precies dertien uur later dan in Nederland, waardoor het er al om 11.00 uur (onze tijd) 2014 werd.  De eilandengroep was lange tijd het land waar het laatste Nieuwjaar werd gevierd, namelijk om 12.00 uur Nederlandse tijd. Samoa besloot echter om per 29 december 2011 over te stappen van de oostelijke naar de westelijke kant van de datumgrens. Dit betekent dat er een dag werd overgeslagen: 30 december kwam dat jaar op Samoa niet voor, want na 29 december 2011 volgde direct 31 december 2011. Deze wijziging vergemakkelijkte het zakendoen met de voornaamste handelspartners Australië en Nieuw-Zeeland, die beide al aan de andere kant van de datumgrens liggen.
Weinig bekend is dat er een Nederlands tintje aan Samoa zit. Op de eilandengroep is veel aandacht voor Nederland, of liever gezegd voor de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen (1659-1729). Dat is niet zo gek, want naast Paaseiland heeft Roggeveen namelijk een groot aantal eilanden uit de Samoa-archipel ontdekt. Roggeveen, die in 1721 was uitgezonden om het onbekende Zuidland te vinden en daarbij toevallig op Paaseiland stuitte, was in 1722 de eerste Europeaan die Samoa bezocht.
Terwijl Roggeveen als ontdekkingsreiziger in zijn eigen land niet erg bekend is, is hij in het buitenland echter een van de bekendste. Over Paaseiland zijn hele bibliotheken volgeschreven en in bijna ieder artikel of boek komt de naam Roggeveen wel voor.


Op Samoa zijn ze Roggeveen niet vergeten en zijn er zelfs postzegels en zilveren dollars over zijn expeditie uitgegeven. In 1992 werd een munt van tien dollar als herdenkingspenning uitgegeven waarop de schepen ArendThienhoven en Afrikaansche Galey van Roggeveens vloot zijn afgebeeld.


In Nederland is er echter niet veel dat herinnert aan Roggeveen en zijn reis. In zijn geboorteplaats Middelburg hangt een plaquette aan het huis in de Noordstraat waar hij enige tijd woonde, en zijn de muren en de vloeren van het Zeeuws Archief versierd met teksten uit de reisverslagen van Roggeveen. Op de buitenmuur van het archief is de beschrijving te lezen van de ontmoeting tussen de eerste Westerling met een Paaseilander.

 
In 2012 verscheen bij uitgever Balans het boek Naar het aards paradijs. Het rusteloze leven van Jacob Roggeveen, ontdekker van Paaseiland (1659-1729), geschreven door Roelof van Gelder, waarin de expeditie wordt beschreven. Maar dat boek kennen ze op Samoa waarschijnlijk niet.

vrijdag 6 december 2013

Nummer 39 met rijst?

Net als de storm van deze week is de commotie rond de ‘grap’ van onze nationale knuffelhomo Gordon weer enigszins geluwd. Er is de afgelopen tijd al veel over gezegd en geschreven en dat zal ik niet allemaal herhalen, maar wat ik nog nergens las is dat de Chinese eetcultuur kennelijk zodanig diep in de Nederlandse samenleving geworteld is dat iedereen begrijpt wat er wordt bedoeld als iemand het over 'nummer 39 met rijst' heeft.
Ruim honderd jaar geleden kwamen de eerste Chinezen naar Nederland. Door hun werk op de schepen als stoker, wasknecht of kolentremmer zwierven ze uit over alle windstreken. In 1911 vestigden de eerste Chinezen zich in Nederland: op Katendrecht. Zij brachten niet alleen zichzelf mee, maar ook hun gewoontes, gebruiken en cultuur. Ook hun eetcultuur dus. Katendrecht was rond 1920 dé uitgaanswijk van Rotterdam en 'the place to be'.Vele nationaliteiten kwamen hier samen. Met name door de scheepvaart. Amerikanen, Duitsers, Noren en dus ook Chinezen. Het allereerste Chinese restaurant in Nederland zat beginjaren ’20 op Katendrecht: Tsjang Kam Soi.



 
Door de economische crisis van 1929 daalde de Nederlandse handel met een derde en kwamen veel schepen stil te liggen. Door de overgang van stoom naar motor werden steeds meer stokers overbodig. De Chinese zeelieden raakten daardoor massaal werkloos. Enkele van hen begonnen met de verkoop van zelfgebakken pindakoekjes. Dit werd een zodanig succes, dat de handel zich snel uitbreidde over Rotterdam en vandaar verder naar andere Nederlandse steden.
 
 
Bij de verkoop placht de verkoper te roepen 'pinda, pinda, lekka, lekka!' waaruit de naam pinda-Chinees is ontstaan.
De Chinese eetcultuur, maar daarmee ook de beledigingen naar Chinezen toe, hebben we voor een deel aan de scheepvaart te danken, maar waarschijnlijk kon Gordon dit allemaal niet bevroeden.

maandag 18 november 2013

JFK en de zee

Waarschijnlijk iedereen weet dat John Fitzgerald Kennedy de 35ste president van de Verenigde Staten van Amerika was en dat hij op 22 november 1963 in Dallas werd vermoord. De precieze toedracht daarvan, nu 50 jaar geleden, is nog steeds met veel geheimen, speculaties en complottheorieën omkleed. Naar schatting 600 tot 1000 boeken zijn erover verschenen.
Minder bekend is dat JFK een duidelijke relatie met de scheepvaart en de zee had. Hij was een fervent zeiler.


En voordat hij zich in de politiek begaf, vocht Kennedy tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Amerikaanse marine. Met groot risico voor zichzelf, redde hij in augustus 1943 de bemanning van een motor torpedoboot die getroffen was door een Japanse torpedobootjager. Voor dat moedige optreden ontving Kennedy diverse medailles.


Als gevolg van de tijdens deze actie opgelopen verwondingen en andere kwalen, zoals de ziekte van Addison, leed JFK aan ernstige rugpijnen en liep hij daarom buiten het zicht van de openbaarheid vaak op krukken. Zonder hulp kon hij nauwelijks lopen. Er is een theorie dat Kennedy zonder dat korset de aanslag op zijn leven misschien wel zou hebben overleefd. Misschien was hij dan na de eerste kogel niet alleen scheefgezakt, maar ook voorovergevallen zodat de tweede kogel hem niet in het hoofd zou hebben geraakt. Misschien maakte het ook helemaal niets uit. Dat doet wel de vraag 'Wat als?' ontstaan. Talloze serieuze historici en romanschrijvers houden zich met deze vraag bezig. Wat als dit ... of wat als dat? Hoe zou de geschiedenis dan zijn verlopen? Er is zelfs een officiële naam voor: Alternate History.
 
 
Wat dus als Kennedy niet in de marine zou hebben gediend? Of in ieder geval die oorlogswond niet zou hebben opgelopen? Wat als hij zijn presidentschap had kunnen voltooien? Wat dan? Zou de Vietnamoorlog dan anders zijn verlopen? Hoe zou de relatie tussen Amerika en Rusland zich hebben ontwikkeld? Waren Kennedy's buitenechtelijke liefdesaffaires dan uitgekomen? Soms is het misschien maar beter dat we de vraag 'Wat als?' niet hoeven te beantwoorden. En zo zie je ook dat de scheepvaart vaak meer voor de geschiedenis betekent dan we ons in eerste instantie misschien beseffen.

vrijdag 1 november 2013

'Een eerlijk zeemansgraf'

Op 2 november is het Allerzielen en op die dag worden alle overledenen herdacht. Ook dus degenen die aan boord van schepen stierven. Want schepen zijn niet alleen vervoermiddelen voor het overbrengen van vracht en passagiers. Het zijn ook drijvende dorpen met een geheel eigen leven. Alles wat aan de wal gebeurt, gebeurt ook aan boord van schepen, maar dan op een klein oppervlak en met de restrictie dat je er niet zomaar vanaf kunt. Net als aan de wal vinden er vrolijke gebeurtenissen, zoals verjaardagen of geboortes plaats. Maar soms gebeuren er ook trieste aangelegenheden, zoals sterfgevallen. In vroeger tijden vochten we onze vetes met Spanje, Frankrijk of  Engeland met enige regelmaat uit tijdens zeeslagen. Met honderden, soms duizenden doden als gevolg.  

 
De zee kleurde dan rood van het bloed. We staan daar nu nog maar weinig bij stil en nemen het voor lief. Het hoorde erbij. Maar let wel, zo'n enorme zeeslag ontwrichtte vaak voor jaren hele dorpen en gezinnen. Gesneuvelde zeehelden kregen soms nog een staatsbegrafenis en een praalgraf in een kerk, denk maar aan Maerten Tromp, Piet Hein of Michiel de Ruyter, maar voor gewone schepelingen was dit natuurlijk niet weggelegd. Zij stierven anoniem en kregen een zeemansgraf.


Tot in de twintigste eeuw was een zeemansbegrafenis niet ongebruikelijk. Dat klinkt nu misschien wat vreemd, want op zee heb je geen aarde om een kist in te laten zakken. Toch vinden er ook op zee begrafenissen plaats, want er sterven ook zeelieden en passagiers op een 'normale' manier aan boord van schepen. Door ouderdom of ziekte. Zoals een medewerker van de Holland-Amerika Lijn, die in 1969 plotseling overleed aan booord van het s.s. Niew Amsterdam. Hij kreeg een begrafenis op zee en het Maritiem Museum heeft een prachtige serie foto's van die plechtigheid.
 
 
Gelukkig is het niet alleen dood en verderf wat de klok slaat. Het Maritiem Museum Rotterdam is er natuurlijk ook voor springlevende mensen! 

woensdag 9 oktober 2013

Zeeziekte

Sommigen merken er niets van, anderen liggen bij het idee alleen al over de reling. Ik heb het over zeeziekte. Zelf heb ik er niet veel last van, maar sinds ik nu bijna drie jaar geleden mijn baan als bibliothecaris verruilde met die van conservator in het Maritiem Museum Rotterdam loopt het fenomeen ‘zeeziekte’ als een rode draad door mijn carrière heen.
De eerste tentoonstelling waaraan ik meewerkte, was Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator. We maakten hierbij drie filmpjes, waarvan die met mijn collega Wouter Heijveld zelfs het tv programma De Wereld Draait Door haalde. De reden: acteur Jack Wouterse en Wouter gingen de zee op om te ervaren hoe het is om te navigeren met behulp van herkenningspunten langs de kust. Er was op de filmdag redelijk wat golfslag op zee en arme Wouter werd zeeziek. Dat fragment kreeg heel wat bekijks.
 
Vorig jaar werkte ik aan een kleine, maar sfeervolle tentoonstelling over de drie Nederlanders aan boord van de Titanic. Een van hen, George Reuchlin, directeur van de Holland-Amerika Lijn, schreef op 10 april 1912 in een brief aan het thuisfront over de stormachtige overtocht enkele dagen daarvoor op de Noordzee: ‘wij stampten formidabel zodra wij even buiten de pieren kwamen en namen flinke zeeën over, doch dank [zij?] Mothersill (geneesmiddel tegen zeeziekte) had ik niet het minste gevoel van misselijkheid, ofschoon de heftige beweging elk slapen onmogelijk maakte.' Een paar dagen later ging Reuchlin met de Titanic ten onder. Het hielp hem uiteindelijk dus maar weinig.

Een van de deelcollecties die ik in het museum beheer, is die van de persoonlijke documenten. Hieronder verstaan we brieven, scheepsjournalen, dagboeken, diploma’s, monsterboekjes etc. Vooral in de dagboeken zijn vaak prachtige beschrijvingen te vinden van allerhande observaties van zeelieden en passagiers. Zo schreef een verder onbekend gebleven passagier uit Sommelsdijk die in oktober 1928 een reis maakt met de Coblenz van de Norddeutscher Lloyds van Rotterdam naar Indië, dat hij wel iets wist tegen zeeziekte: 'Volgens mij een flinken borrel voor het eten en flink schransen en verder heel den dag rustig [in] een luien stoel liggen. En toch probeert de zeeziekte, die oude peristaltische sluipmoordenaar je te overvallen! Hij beloert je vanaf slingerende masten, vanaf de rijzende en dalende golfgebergten, vanaf het heen en weer zwiepende touwwerk. En de horizon, die als een vast punt wordt aangeraden, is een bewegelijke, golvende rand, aan ons oog onttrokken, als de boot in een waterval zit [...].
De meest recente tentoonstelling, waaraan ik meewerkte, opende vorige week: Sex & The Sea - by Greenaway/Boddeke. Centraal hierin staat een film van een klein kwartier waarin zeelieden, een havenarts en een barvrouw van Katendrecht getuigen van hun lustgevoelens en hun drijfveren om naar zee te gaan: de onmetelijkheid van de zee, de nietigheid van de mens, de geuren van verre landen, avontuur. Allemaal positieve zaken zou je zo denken. Maar over iets negatiefs als zeeziekte hoor je ze niet, dus misschien hadden ze allemaal stevige zeebenen. Het idee voor Sex & The Sea kregen we van de tentoonstelling Zeerotica, die in 2011 te zien was in Navigo, het Nationaal Visserijmuseum in Oostduinkerke in België. Op dit moment is daar de tentoonstelling Zeeziek. Hoe kolkt de waanzinnige zee in lichaam en geest (nog tot en met 17 november 2013). Dus ook nu steekt de zeeziekte weer de kop op.
 
In de collectie bevindt zich een aantal mooie apparaten tegen zeeziekte en foto’s van speciaal ontworpen kussens. Het Maritiem Museum biedt gelukkig in velerlei opzichten aan iedereen en ook aan mij een stevig houvast!

 

 

zondag 8 september 2013

Beauty &The Bee?

Kent u Tom Manders alias Dorus nog? In 1958 zong hij: 'Bij de Marine'. Dat lied schoot deze week door mijn gedachten. Niet zozeer het aspect van de 'marine' - als werknemer in het Maritiem Museum heel begrijpelijk natuurlijk - maar nee, het ging mij om het woordje 'bij'. Deze week is namelijk een etalage bij de Rotterdamse vestiging van De Bijenkorf ingericht om aandacht te vestigen op onze nieuwe tentoonstelling 'Sex & The Sea', die vanaf 5 oktober a.s. te zien is in ons museum. De voorbereidingen zijn al in volle gang. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de bouw van alle wanden, vloeren en vitrines. Maar je kunt er nu dus ook al wat van zien. Voor de duur van twee weken wordt er in de etalage van het warenhuis een tipje van de sluier opgelicht.

 
De voorbereidingen voor het project begonnen vorig jaar. Op excursie naar de Wallen in Amsterdam, praten met een prostituee, een bezoek aan het Sexmuseum. Wie mag dat nu voor zijn werk? Jazeker, ik mag dat. Allemaal heel functioneel natuurlijk!
'Sex & The Sea' wordt een heel bijzondere tentoonstelling over de zeeman en hoe hij omgaat met zijn lustgevoelens, met heimwee en trouw zijn. Publiciste Karin Spaink schreef: '... er zit een vlek midden in je hoofd, in je brein, en die vlek is gefocuste lust en je volgt hem en rijdt erop weg de donkere diepte in en dat je zowat barst ...' Zou dat ook voor de zeeman gelden? Of misschien ook wel voor u en ik? 
Voor 'Sex & The Sea' hebben we nauw samengewerkt met het creatieve team van de beroemde filmregisseur en theatermaker Peter Greenaway en zijn vrouw Saskia Boddeke. Ik hoor u denken, Peter Greenaway, is die niet die van ... Jazeker! Dezelfde Peter Greenaway maakte succesfilms als The Cook, the Thief, his Wife and her Lover en Drowning by Numbers. Geweldig dat we hem hebben kunnen strikken voor ons project. Centraal in de tentoonstelling staat een film waarin zeemannen zelf vertellen over hun lustgevoelens. Daar omheen laten bijzondere voorwerpen iets zien van die verleidelijke wereld. Voor de bezoeker wordt het een beleving. Hij wordt letterlijk ondergedompeld in een sfeer van verleiding, maar ook de keerzijde van de geslachtsziekte wordt daarbij niet vergeten.  
 
Kortom, de wereld van de zeeman is er enerzijds een van avontuur, verlangen, vitaliteit, ongeremdheid, hartstocht, genieten, wild dansen, onstuimige muziek, dromen, begeerte en obsessie, maar aan de andere kant ook een van afscheid, eenzaamheid, verlangen, heimwee, verdriet. De zeeman is veel ongrijpbare mensen tegelijk. Eigenlijk net als het bijenvolk. En dus net als u en ik.
 
 
 

 

dinsdag 27 augustus 2013

Een varende koe?

Noem het een tic of beroepsdeformatie, maar veel museummedewerkers gaan in hun vrije tijd of vakantie op bezoek naar ... een museum! Ik dus ook. Deze zomer bivakkeerde ik in een tent ergens in de Franse Jura. Omdat een hete zon, een zwembad, bos, waterval en rotsgebergte ook niet alles is, reisde ik naar Lons-le-Saunier, waar Claude Joseph Rouget de Lisle in 1760 werd geboren. Hij werd bekend als componist en schrijver van de Marseillaise, het Franse volkslied. Lons-le-Saunier is een pittoresk stadje met volgens Wikipedia zo'n 18.000 inwoners. Een tip: ga er niet op een maandag naartoe, want afgezien van wat restaurants, cafés en de VVV is alles er dan gesloten. Alles? Nee, toch niet. Eén museum bleek open te zijn: het Maison de La Vache qui rit. Ik hoor u denken: 'van die stukjes zachte kaas in mooi zilverpapier in van die ronde doosjes?' Juist, ja! Het 'maison' (de naam museum draagt het niet, maar is het feitelijk wel) is gevestigd in een modern gebouw midden in het stadje precies op de plek waar het ooit allemaal begon met een eenvoudige kaasmakerij.


Nu is daar op 3500 m2 alles gewijd aan de lachende koe en hoe het marketingsucces van dit Franse rund is ontstaan, ontwikkeld en wereldwijd verbreid. Een lied over de lachende koe, een wielerploeg met de naam van de lachende koe in de Tour de France, en nog veel meer reclameobjecten met de lachende koe zorgden en zorgden ervoor dat het dier en dus het product overal ter wereld bekend is. Wist u trouwens hoe het overbekende beeldmerk is ontstaan? Leon Bel, zoon van de grondlegger van het bedrijf, deponeerde in 1921 het gloednieuwe merk La Vache qui rit.

Als beeldmerk koos hij voor de lachende koeienkop, omdat hij en illustrator Benjamin Rabier tijdens de Eerste Wereldoorlog in dezelfde eenheid zaten en het was Benjamin die de voertuigen van hun eenheid had versierd met een ... lachende koeienkop! De afbeelding van de koe is de loop van de tijd wel veranderd, maar is nog altijd het vertrouwde beeldmerk van de smeerkaas van de Bel Groep. Overname van diverse andere kaasmerken zorgde ervoor dat het bedrijf almaar groeide. Zo behoren tegenwoordig de merken Leerdammer en Boursin ook tot het Bel imperium.

Als je zoals ik in het Maritiem Museum werkt, zoek je natuurlijk ook naar een aanknopingspunt dat met scheepvaart te maken heeft, zoals een mooi geschilderd zeestuk. En zo'n voorwerp vond ik!
 
 
Er hing een prachtig scheepsmodel van een zeiljacht dat was beschilderd in de bekende rode kleur en versierd met de koeienkop. Ik vroeg mij af of koeien het misschien leuk vinden aan boord van een schip, maar het antwoord op die vraag weten we natuurlijk niet. Wat we wel weten is dat koeien vaak per schip worden vervoerd, aan dek of in speciale boxen.
 
 
In onze museumcollectie bevinden zich heel wat foto’s die daarvan getuigen. Dat is een waarheid als een koe!

zaterdag 20 juli 2013

De kunstenaar als zeeman / De zeeman als kunstenaar

Van de Britse schilder William Turner (1775-1851) wordt gezegd dat hij zich ooit vier uur lang in een storm aan een mast had laten vastbinden, om zo het razende natuurgeweld waarheidsgetrouw te kunnen vastleggen. Turner benadrukte dit graag zelf en deed gretig mee aan de verspreiding van het verhaal. Veel zeeschilders gingen zelf de zee op om de elementen van wind, water en lucht aan den lijve te ondervinden. Een van de eerste kunstenaars die dat deed, was de Haarlemmer Hendrick Vroom (1566-1640), die algemeen beschouwd wordt als de grondlegger van het zeestuk in de Noordelijke Nederlanden. Volgens de overlevering leed hij aan het eind van de 16de eeuw voor de Portugese kust schipbreuk tijdens een van zijn vele buitenlandse reizen. Aan land gekomen, schilderde hij zijn belevenis en terug in Holland bleef hij hiermee doorgaan omdat zijn 'scheepkens' gretig aftrek vonden. Zo kan een genre in de kunst door een toevalligheid ontstaan. Voor het maken van de beroemde Zeeuwse tapijtreeks ging Vroom bewust de zee op om in de nabijheid van Zierikzee persoonlijk de omstandigheden van wind, wolken en water te ervaren waarmee zeelieden in deze omgeving geconfronteerd werden.


Cornelis van Wieringen (ca. 1575-1633), ook een Haarlemmer en tijdgenoot van Vroom, kwam zelf uit een zeevarende familie. Dan is het dus niet zo vreemd dat hij de 'takelingen' en andere scheepseigenschappen zo goed kon afbeelden. Hij schilderde in 1622 een van de grootste zeestukken van de 17de eeuw: de Zeeslag bij Gibraltar.
Willem van de Velde de Oude (ca. 1611-1693) kreeg van de admiraliteit zelfs een klein bootje toegewezen om achter de vloot aan te zeilen. Als een 'embedded journalist' avant la lettre bracht hij nauwkeurig de schepen en vlootbewegingen tijdens de talloze zeeslagen tussen de Nederlanders en Engelsen in tekening. Daarvan zijn er honderden bewaard gebleven.
 

Er waren ook wat minder fortuinlijke zeeschilders. Scheepstimmerman Gerrit Groenewegen (1754-1826) raakte door een ongeluk zijn rechterbeen kwijt waardoor hij zijn vak niet meer kon uitoefenen en zich noodgedwongen omschoolde tot maritiem tekenaar. Ook de Zeeuw Engel Hoogerheijden (1740-1807) overkwam dit lot. Hij was matroos bij de VOC en verloor net als Groenewegen een been. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken koos hij voor het beroep van kunstenaar. Misschien is dat voor ons maar goed ook, want anders hadden we hun namen en werken waarschijnlijk nooit gekend.
Ook in de moderne kunst worden schepen en de zee vaak tot onderwerp gekozen. Maar de kunstenaars hebben veelal zelf geen relatie met scheepvaart of scheepsbouw. Iemand die door de scheepvaart ten onder ging, was de conceptuele kunstenaar Bas Jan Ader (1942-1975).

 
In 1975 wilde hij voor zijn project 'In Seach of the Miraculous' met een klein zeilscheepje de Atlantische Oceaan oversteken. Hij kwam nooit aan en zijn bootje werd leeg teruggevonden. Ader was helaas niet zo fortuinlijk als Hendrick Vroom.