woensdag 5 juni 2013

'Het Scheepje van Fortuna'

Lammetje met Januskop | Jan Spoelstra
 
Deze week werd op Ameland een lam met een januskop geboren: een kop met twee gezichten. Het dier had vier ogen, twee neuzen en twee bekjes, maar slechts twee oren. Ik schrijf ‘had’, want het arme dier is kort na de geboorte overleden. De meeste van deze diertjes leven meestal niet erg lang. In natuurhistorische musea kun je ze soms zien staan, opgezet tussen andere curiositeiten. Over curiositeiten gesproken, het lammetje deed mij vrijwel direct denken aan een uitzending van het programma Tussen Kunst en Kitsch van een paar jaar geleden. Een boekenliefhebber had zich een exemplaar van het boek Der Zee-Vaert Lof van Elias Herckmans uit 1634 aangeschaft, maar daarin ontbrak een illustratie: een ets van Rembrandt!
 
 
 
Jarenlang zocht de bibliofiel naar deze losse prent om die in zijn onvolledige boek te kunnen laten inzetten. Uiteindelijk was hem dit gelukt en was het boek weer compleet. De boekenexpert van het programma vertelde het bloemrijke verhaal van het boek en de Rembrandtets. Elias Herckmans (1596-1644) was een zeevaarder en dichter. Voor Der Zeevaert-Lof, een boek over de zeegeschiedenis vanaf de Ark van Noach tot aan zijn eigen tijd, gaf Herckmans opdrachten aan verschillende kunstenaars om prenten voor het boek te leveren. Rembrandt was een van die kunstenaars en zijn ets is bekend geworden als Het Scheepje van Fortuna. Het is een van Rembrandts weinige maritieme prenten. Over de interpretatie van de betekenis van de voorstelling is veel gespeculeerd. Een man met een lauwerkrans stort neer met zijn paard en rechts zeilt een scheepje met Neptunus weg, terwijl Fortuna het zeil vasthoudt. Sommigen denken dat de ets verwijst naar de Zeeslag bij Actium tussen Marcus Antonius en Octavianus uit 31 voor Chr. of dat het een allegorie is op de eigen tijd van Herckmans en Rembrandt: de vredesonderhandelingen tussen de Republiek met de Spanjaarden. Recent onderzoek wijst uit dat de ets waarschijnlijk een samenstelling van verschillende scènes is en dat de opkomst en ondergang van het Romeinse rijk is verbeeld. Fortuna en Neptunus moeten dan gezien worden als symbolen voor vrede, handel en welvaart, die nu naar andere streken trekken. Maar wat heeft een ets van Rembrandt nu te maken met een tweekoppig lammetje? Het antwoord ligt in het beeld van de Romeinse beschermgod Janus, dat achter de gelauwerde keizer staat. Deze god wordt afgebeeld met twee gezichten die ieder een andere kant opkijken, een naar de toekomst en een naar het verleden. Daarmee werd hij ook gezien als de god van ‘alle begin en de overgang van oud naar nieuw’. Niet voor niets is de maand januari daarom naar hem vernoemd.
De eigenaar van het boek wilde van de expert van Tussen Kunst en Kitsch natuurlijk weten wat de waarde ervan was. Die vertelde onomwonden dat voor een mooi exemplaar van Herckmans boek een aardige som geld moet worden neergeteld, maar dat die prijs bij de aanwezigheid van de ets van Rembrandt nog enkele malen moet worden vermenigvuldigd. Verbazing alom natuurlijk. Daags na de uitzending ben ik het exemplaar in onze uitgebreide bibliotheekcollectie gaan bekijken. Gelukkig zat de Rembrandtets er keurig in. Oh Fortuna!

woensdag 10 april 2013

'Plons!'


Wie het in het Maritiem Museum over 'Plons' heeft, bedoelt eigenlijk altijd onze interactieve kindertentoonstelling 'Professor Plons', die al zoveel jaar een enorm succes is. Als ík echter 'Plons' hoor, denk ik vaak aan 'Zeeslag', het spel dat mijn kinderen met enige regelmaat uit de kast trekken. Laatst was het weer zover.'D4!', 'Plons!', 'G8', 'Plons!', 'B6!' 'Plons!' klonk het door de huiskamer. En plots 'Raak! Blub, blub, blub. Je hebt mijn slagschip te pakken!' Onwillekeurig moest ik op dat moment denken aan een gebeurtenis van enkele jaren geleden. U moet weten dat veel mensen ons museum goedgezind zijn en ons regelmatig de meest fantastische voorwerpen schenken. Dat varieert natuurlijk. Niet elke dag ontvangen we topstukken als schilderijen van de Van de Veldes, die op veilingen forse bedragen opbrengen. Nee, het zijn meestal geen voorwerpen met een hoge geldelijke waarde. Vaak zijn het wel heel persoonlijke objecten die soms al heel lang in familiebezit circuleren. Dan is het soms best moeilijk om er afstand van te doen. We proberen de aanbieder er dan steeds van te overtuigen dat het voorwerp bij ons in goede handen is en voor altijd blijft. Misschien haalt het nooit de objectenlijst die we bij elke tentoonstelling maken, maar het voorwerp is wel voor altijd voor het nageslacht behouden. Hoe vaak maken we niet mee dat een kleinkind een dagboek van een varende voorouder komt bestuderen. Of dat de familie het scheepsmodel komt bekijken dat opa gemaakt heeft.


Enkele jaren geleden kwam een familie van een Alkmaarse tandarts op bezoek om de 'Prinz Eugen' te bezichtigen, het scheepsmodel dat de inmiddels overleden tandarts zo gedetailleerd had gebouwd. Met de specifieke tandartsinstrumenten als boortjes en tangetjes had hij dit Duitse slagschip nauwgezet op schaal nagebouwd. Vaak was de modelbouwende tandarts ermee naar de Alkmaarse vijvers getogen om het daar al varend te laten zien. Na zijn overlijden, besloot de weduwe van de Alkmaarse tandarts om het model aan het Maritiem Museum te schenken. Omdat het in onze uitgebreide collectie eigenlijk een vreemde eend in de bijt is en maar weinig in tentoonstellingen zal figureren, sierde het pronkmodel jarenlang een van de kasten in de museumbibliotheek. Veel bezoekers keken er vol bewondering naar. De keer dat de familie van de maker er speciaal voor naar Rotterdam kwam, staat mij nog helder voor de geest. Weduwe, kinderen en kleinkinderen zaten ademloos om het scheepsmodel van hun echtgenoot, vader en grootvader heen. En ik - destijds bibliothecaris - mocht tekst en uitleg geven over het model en de geschiedenis van het echte slagschip. Op dit soort momenten prijs ik mij gelukkig dat ik in het Maritiem Museum werk en mensen iets over de maritieme geschiedenis mag vertellen. Nee, bij 'Plons' denk ik vaak 'Raak!'

P.S. Het scheepsmodel van de 'Prinz Eugen' staat momenteel in ons depot en is dus voor bezoekers niet te zien.

zaterdag 23 maart 2013

Fotodetective


Kent u het boek 'De fotodetective' van Hans Aarsman? Nee? Lees het dan vooral, want het is zeer de moeite waard als u van fotografie houdt. Hans Aarsman is fotograaf. Althans dat was hij, want in 2004 stopte hij met het maken van foto's. Hij schrijft nu over fotografie en noemt zich fotodetective. Hij vergelijkt zichzelf met de grote fictieve speurder Sherlock Holmes, een creatie van Arthur Conan Doyle. Kijk, dat spreekt mij dan weer aan, want 'Elementary my dear', ik ben zelf ook een grote fan van deze 'supersleuth'. Hans Aarsman kijkt nu vooral naar foto's en vooral dan naar details. Wat gebeurt er? Wat is er te zien? Of liever, wat is er juist niet te zien? Aarsman beschouwt een foto als een verzameling feiten die in één beeld is samengebracht. Dat hoeft dus zeker geen prachtig plaatje te zijn. Heel mooi blijkt dat uit het motto van het boek: 'There is nothing as unnatural as the commonplace'.
Het gaat Aarsman net als Holmes om het observeren. En het verschil tussen observeren en kijken. Een foto wordt vaak interessant door het verhaal erachter. Je moet dat verhaal dus weten. Een fotodetective moet dus ook veel weten. Anders kan hij niet vaststellen of wat hij ziet, rijmt met wat hij weet. Kijk, dat spreekt mij dan weer aan. Zelf weet ik ook nogal veel. Dat klinkt verwaand, maar mensen die mij kennen weten dat ik erg bescheiden ben. Behalve als er Triviant wordt gespeeld. Een waarschuwing, speel dat niet met mij. De meest gekke, onzinnige onderwerpen boeien mij mateloos. Ik win dus (bijna) altijd. Maar goed, terug naar de fotografie. Ik besloot om zelf ook fotodetective te worden. Ik nam een foto uit de collectie van het Maritiem Museum en projecteerde daar de ideeën van Aarsman overheen. De foto die ik koos, was niet zonder reden. Ik ben er al een tijdje mee bezig omdat ie misschien te zien is in een tentoonstelling waaraan ik nu werk. De foto toont twee mannen in een ruimte. Ze zitten er nogal onderuitgezakt bij. Aan de muur hangen pin-ups. Er staat een stereo-apparaat op een tafel. Aan de ene kant daarvan staan wat dozen, aan de andere kant ligt een stapeltje handdoeken. Wat gebeurt hier? Nu moet u weten dat de mannen Filipijnse zeelieden zijn die zich ontspannen aan boord in hun scheepshut. Een man bekijkt een CD-hoesje. Kennelijk luisteren de mannen naar muziek uit de stereo. Wat valt er op? De twee lijken geen oog te hebben voor de naakte dames op de foto's aan de wand. Toch is er iets wat hen opwindt. Althans een van hen. Kijk maar eens naar de man rechts en de bult die zich heeft gevormd in zijn broek.
Hans Aarsman schrijft erover. Mensen zijn net hondjes, zodra ze een soortgenoot ontdekken, gaat hun blik meteen in de richting van die ander. Staat een mens op een foto, dan wordt die mens automatisch het onderwerp van de foto, de rest wordt omgeving. Niet alles wat in beeld verschijnt, heeft evenveel waarde. Er valt nog heel wat te ontdekken.

Bron: Hans Aarsman, De fotodetective. Uitg. Podium, 2012.

dinsdag 26 februari 2013

Historische sensatie



Veel mensen denken dat maritieme geschiedenis over schepen en havens gaat. Ik dus niet. Ik vind dat maritieme geschiedenis vooral de geschiedenis van mensen is. Dat blijkt uit de talloze persoonlijke voorwerpen die in de collectie van het Maritiem Museum Rotterdam worden bewaard. Sinds enige tijd mag ik die voorwerpen beheren en voorstellen voor nieuwe aanwinsten doen. Tussen al die brieven, monsterboekjes en diploma's zitten vaak verrassende pareltjes van historische schoonheid. Onlangs verwierven we een kleine collectie persoonlijke voorwerpen van Batte de Roos, in leven stuurman en later gezagvoerder op koopvaardijschepen. De schenker vond ze bij toeval in een Rotterdams huis, dus is de herkomst verder niet bekend. Een van die documenten is een briefje van de gezagvoerder van het stoomschip 'Gamma'. Die verklaart dat eerste stuurman De Roos zich aan boord bevond toen het schip op 1 februari 1917 door een Duitse onderzeeboot werd getorpedeerd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daarbij verloor hij zijn paspoort en andere persoonlijke bezittingen. 'Wat doet zo'n ingrijpende gebeurtenis met een mens?', vraag je je dan af. Ik zag direct voor mij hoe de zeeman na de explosie  in het water lag terwijl hij zichzelf probeerde te redden. Dat hij nog net op tijd door zijn maten in een sloep werd gehesen. Of dat hij al zwemmend met zijn laatste krachten de kust bereikte. We weten uit de literatuur over deze scheepsramp dat gelukkig niemand van de opvarenden omkwam. Wat er ook daadwerkelijk gebeurd is, feit is dat dit soort 'petites histoires' er voor zorgt dat geschiedenis nooit saai is. Een klein voorwerp kan zomaar de spreekbuis van een heel verhaal worden. En die verhalen vertellen we graag in het Maritiem Museum Rotterdam.

woensdag 6 februari 2013

Titanic jaar voorbij? … welnee!



'Herinnert u zich deze nog …?' Die Veronica jingle, die vroeger met enige nagalm uit de radio schalde, schoot mij te binnen toen ik onlangs kort na elkaar drie boekjes over de 'Titanic' voor onze bibliotheekcollectie wist te verwerven. De 'Titanic', zult u misschien denken, was daar vorig jaar niet iets mee? Inderdaad! Vorig jaar werd overal ter wereld herdacht dat dit luxe passagiersschip honderd jaar daarvoor verging tijdens zijn eerste reis. In de nacht van 14 op 15 april 1912 voer het tegen een ijsberg en binnen een paar uur ging het ten onder. En daarbij nam het zo'n 1500 mensenlevens met zich mee. Het Maritiem Museum speelde in op deze herdenkingsgolf en organiseerde de kleine, maar smaakvolle tentoonstelling 'Nederlanders op de Titanic', waarin de levens en lotgevallen van directeur George Reuchlin, kok Hennie Bolhuis en stoker Wessel van der Brugge voor het voetlicht werden gebracht. Net als het schip had ook deze tentoonstelling een aanzuigende werking en konden we onze collectie met een paar bijzondere boekjes uitbreiden. 'De ondergang van de "Titanic"' van redacteur E.C.J. Kuyper van het Algemeen Handelsblad verscheen in mei 1912, een maand na de fatale gebeurtenissen, en geldt daarmee als een van de vroegste Nederlandstalige publicaties over de ramp. Op het omslag van 'Het vergaan van de "Titanic"',  door H.H.D. Langereis staat vermeld dat het een 'origineel geillustreerde Amerikaansche uitgave' is. Waarschijnlijk is het boekje geschreven voor de Nederlandse emigranten in de Verenigde Staten, aangezien onder de auteursnaam  'Grand Rapids, Mich.' staat. In kerkbladen klonk de scheepsramp, die de hele wereld schokte, maar beperkt door. 'De "Titanic" en de Ark' is een van de weinige preken over de 'Titanic' die in druk verscheen. Op de zondag na de ramp sprak Ds. G. Wisse in de Burgwalkerk in Kampen een leerrede uit waarin hij de ramp in Bijbels perspectief plaatste en vergeleek met de zondvloed. De drie bijzondere boekjes vormen welkome aanvullingen op onze collectie. Maar eerst worden ze vakkundig gerestaureerd. Niet omdat ze waterschade hebben geleden, maar vanwege de tand des tijds.