zondag 8 september 2013

Beauty &The Bee?

Kent u Tom Manders alias Dorus nog? In 1958 zong hij: 'Bij de Marine'. Dat lied schoot deze week door mijn gedachten. Niet zozeer het aspect van de 'marine' - als werknemer in het Maritiem Museum heel begrijpelijk natuurlijk - maar nee, het ging mij om het woordje 'bij'. Deze week is namelijk een etalage bij de Rotterdamse vestiging van De Bijenkorf ingericht om aandacht te vestigen op onze nieuwe tentoonstelling 'Sex & The Sea', die vanaf 5 oktober a.s. te zien is in ons museum. De voorbereidingen zijn al in volle gang. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de bouw van alle wanden, vloeren en vitrines. Maar je kunt er nu dus ook al wat van zien. Voor de duur van twee weken wordt er in de etalage van het warenhuis een tipje van de sluier opgelicht.

 
De voorbereidingen voor het project begonnen vorig jaar. Op excursie naar de Wallen in Amsterdam, praten met een prostituee, een bezoek aan het Sexmuseum. Wie mag dat nu voor zijn werk? Jazeker, ik mag dat. Allemaal heel functioneel natuurlijk!
'Sex & The Sea' wordt een heel bijzondere tentoonstelling over de zeeman en hoe hij omgaat met zijn lustgevoelens, met heimwee en trouw zijn. Publiciste Karin Spaink schreef: '... er zit een vlek midden in je hoofd, in je brein, en die vlek is gefocuste lust en je volgt hem en rijdt erop weg de donkere diepte in en dat je zowat barst ...' Zou dat ook voor de zeeman gelden? Of misschien ook wel voor u en ik? 
Voor 'Sex & The Sea' hebben we nauw samengewerkt met het creatieve team van de beroemde filmregisseur en theatermaker Peter Greenaway en zijn vrouw Saskia Boddeke. Ik hoor u denken, Peter Greenaway, is die niet die van ... Jazeker! Dezelfde Peter Greenaway maakte succesfilms als The Cook, the Thief, his Wife and her Lover en Drowning by Numbers. Geweldig dat we hem hebben kunnen strikken voor ons project. Centraal in de tentoonstelling staat een film waarin zeemannen zelf vertellen over hun lustgevoelens. Daar omheen laten bijzondere voorwerpen iets zien van die verleidelijke wereld. Voor de bezoeker wordt het een beleving. Hij wordt letterlijk ondergedompeld in een sfeer van verleiding, maar ook de keerzijde van de geslachtsziekte wordt daarbij niet vergeten.  
 
Kortom, de wereld van de zeeman is er enerzijds een van avontuur, verlangen, vitaliteit, ongeremdheid, hartstocht, genieten, wild dansen, onstuimige muziek, dromen, begeerte en obsessie, maar aan de andere kant ook een van afscheid, eenzaamheid, verlangen, heimwee, verdriet. De zeeman is veel ongrijpbare mensen tegelijk. Eigenlijk net als het bijenvolk. En dus net als u en ik.
 
 
 

 

dinsdag 27 augustus 2013

Een varende koe?

Noem het een tic of beroepsdeformatie, maar veel museummedewerkers gaan in hun vrije tijd of vakantie op bezoek naar ... een museum! Ik dus ook. Deze zomer bivakkeerde ik in een tent ergens in de Franse Jura. Omdat een hete zon, een zwembad, bos, waterval en rotsgebergte ook niet alles is, reisde ik naar Lons-le-Saunier, waar Claude Joseph Rouget de Lisle in 1760 werd geboren. Hij werd bekend als componist en schrijver van de Marseillaise, het Franse volkslied. Lons-le-Saunier is een pittoresk stadje met volgens Wikipedia zo'n 18.000 inwoners. Een tip: ga er niet op een maandag naartoe, want afgezien van wat restaurants, cafés en de VVV is alles er dan gesloten. Alles? Nee, toch niet. Eén museum bleek open te zijn: het Maison de La Vache qui rit. Ik hoor u denken: 'van die stukjes zachte kaas in mooi zilverpapier in van die ronde doosjes?' Juist, ja! Het 'maison' (de naam museum draagt het niet, maar is het feitelijk wel) is gevestigd in een modern gebouw midden in het stadje precies op de plek waar het ooit allemaal begon met een eenvoudige kaasmakerij.


Nu is daar op 3500 m2 alles gewijd aan de lachende koe en hoe het marketingsucces van dit Franse rund is ontstaan, ontwikkeld en wereldwijd verbreid. Een lied over de lachende koe, een wielerploeg met de naam van de lachende koe in de Tour de France, en nog veel meer reclameobjecten met de lachende koe zorgden en zorgden ervoor dat het dier en dus het product overal ter wereld bekend is. Wist u trouwens hoe het overbekende beeldmerk is ontstaan? Leon Bel, zoon van de grondlegger van het bedrijf, deponeerde in 1921 het gloednieuwe merk La Vache qui rit.

Als beeldmerk koos hij voor de lachende koeienkop, omdat hij en illustrator Benjamin Rabier tijdens de Eerste Wereldoorlog in dezelfde eenheid zaten en het was Benjamin die de voertuigen van hun eenheid had versierd met een ... lachende koeienkop! De afbeelding van de koe is de loop van de tijd wel veranderd, maar is nog altijd het vertrouwde beeldmerk van de smeerkaas van de Bel Groep. Overname van diverse andere kaasmerken zorgde ervoor dat het bedrijf almaar groeide. Zo behoren tegenwoordig de merken Leerdammer en Boursin ook tot het Bel imperium.

Als je zoals ik in het Maritiem Museum werkt, zoek je natuurlijk ook naar een aanknopingspunt dat met scheepvaart te maken heeft, zoals een mooi geschilderd zeestuk. En zo'n voorwerp vond ik!
 
 
Er hing een prachtig scheepsmodel van een zeiljacht dat was beschilderd in de bekende rode kleur en versierd met de koeienkop. Ik vroeg mij af of koeien het misschien leuk vinden aan boord van een schip, maar het antwoord op die vraag weten we natuurlijk niet. Wat we wel weten is dat koeien vaak per schip worden vervoerd, aan dek of in speciale boxen.
 
 
In onze museumcollectie bevinden zich heel wat foto’s die daarvan getuigen. Dat is een waarheid als een koe!

zaterdag 20 juli 2013

De kunstenaar als zeeman / De zeeman als kunstenaar

Van de Britse schilder William Turner (1775-1851) wordt gezegd dat hij zich ooit vier uur lang in een storm aan een mast had laten vastbinden, om zo het razende natuurgeweld waarheidsgetrouw te kunnen vastleggen. Turner benadrukte dit graag zelf en deed gretig mee aan de verspreiding van het verhaal. Veel zeeschilders gingen zelf de zee op om de elementen van wind, water en lucht aan den lijve te ondervinden. Een van de eerste kunstenaars die dat deed, was de Haarlemmer Hendrick Vroom (1566-1640), die algemeen beschouwd wordt als de grondlegger van het zeestuk in de Noordelijke Nederlanden. Volgens de overlevering leed hij aan het eind van de 16de eeuw voor de Portugese kust schipbreuk tijdens een van zijn vele buitenlandse reizen. Aan land gekomen, schilderde hij zijn belevenis en terug in Holland bleef hij hiermee doorgaan omdat zijn 'scheepkens' gretig aftrek vonden. Zo kan een genre in de kunst door een toevalligheid ontstaan. Voor het maken van de beroemde Zeeuwse tapijtreeks ging Vroom bewust de zee op om in de nabijheid van Zierikzee persoonlijk de omstandigheden van wind, wolken en water te ervaren waarmee zeelieden in deze omgeving geconfronteerd werden.


Cornelis van Wieringen (ca. 1575-1633), ook een Haarlemmer en tijdgenoot van Vroom, kwam zelf uit een zeevarende familie. Dan is het dus niet zo vreemd dat hij de 'takelingen' en andere scheepseigenschappen zo goed kon afbeelden. Hij schilderde in 1622 een van de grootste zeestukken van de 17de eeuw: de Zeeslag bij Gibraltar.
Willem van de Velde de Oude (ca. 1611-1693) kreeg van de admiraliteit zelfs een klein bootje toegewezen om achter de vloot aan te zeilen. Als een 'embedded journalist' avant la lettre bracht hij nauwkeurig de schepen en vlootbewegingen tijdens de talloze zeeslagen tussen de Nederlanders en Engelsen in tekening. Daarvan zijn er honderden bewaard gebleven.
 

Er waren ook wat minder fortuinlijke zeeschilders. Scheepstimmerman Gerrit Groenewegen (1754-1826) raakte door een ongeluk zijn rechterbeen kwijt waardoor hij zijn vak niet meer kon uitoefenen en zich noodgedwongen omschoolde tot maritiem tekenaar. Ook de Zeeuw Engel Hoogerheijden (1740-1807) overkwam dit lot. Hij was matroos bij de VOC en verloor net als Groenewegen een been. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken koos hij voor het beroep van kunstenaar. Misschien is dat voor ons maar goed ook, want anders hadden we hun namen en werken waarschijnlijk nooit gekend.
Ook in de moderne kunst worden schepen en de zee vaak tot onderwerp gekozen. Maar de kunstenaars hebben veelal zelf geen relatie met scheepvaart of scheepsbouw. Iemand die door de scheepvaart ten onder ging, was de conceptuele kunstenaar Bas Jan Ader (1942-1975).

 
In 1975 wilde hij voor zijn project 'In Seach of the Miraculous' met een klein zeilscheepje de Atlantische Oceaan oversteken. Hij kwam nooit aan en zijn bootje werd leeg teruggevonden. Ader was helaas niet zo fortuinlijk als Hendrick Vroom.

woensdag 10 juli 2013

Hondenbaan?

Het is helemaal niet zo vreemd om een hond tegen te komen in het Maritiem Museum. Visueel gehandicapten met een herkenbare en gediplomeerde begeleidingshond zijn bij ons van harte welkom. Dat geldt ook voor bezoekers met een handicap die een sociale begeleidingshond, een zogenaamde SOHO-hond, hebben. Maar we hebben zelf ook honden in huis. Denk maar eens aan Sjaak de scheepshond. 
Sjaak leeft op een zeilschip en zoekt in het museum naar vriendjes. Kinderen kunnen dan helpen om een vriendje voor Sjaak te zoeken en dan leren ze meteen allerlei weetjes over de scheepvaart. En dan hebben we natuurlijk ook nog Dobber, een van de vrienden van Professor Plons. Honden en schepen, ze hebben wat met elkaar. Wie kent niet de viervoeter Skip, de trouwe metgezel uit de stripverhalen van Kapitein Rob? Of Nero, de scheepshond van Bulletje en Boonestaak? Voor onze nieuwe tentoonstelling Sex & The Sea, die eind september 2013 opent, halen we een hele roedel in huis. Nee, schrik maar niet, het zijn geen echte honden. De honden die we gaan exposeren, blaffen niet en bijten doen ze al helemaal niet. Het zijn zogenaamde Staffordshire hondjes, schoorsteenmantelhondjes in tweetallen van aardewerk. Met name zeelieden namen ze uit Engelse havensteden als souvenir voor hun vrouwen mee. De hondjes kregen daardoor de bijnaam ‘schippershondjes’. Hoewel er van aardewerk verschillende rassen werden gemaakt, waren de vaak sullig uit hun ogen kijkende spaniëls het meest populair. In Nederlandse en Noord-Duitse havenplaatsen gaan verhalen de ronde dat de prostituees de zeelieden de hondjes verkochten als dekmantel voor hun bewezen diensten. Op deze manier hadden de stoere zeelieden een legale reden om bij de dame in kwestie op bezoek te zijn. Zo zouden ze ook als signaal- of seinhond van de meisjes van plezier dienen: wanneer de hondjes naar binnen of naar elkaar keken had ze mannelijk gezelschap en stonden ze naar buiten gedraaid was ze vrij. Hierdoor kregen ze de bijnaam ‘hoerenhondjes’. Met een veelheid aan hondenparen in allerlei kleuren, maten en vormen willen we dat verhaal in Sex & The Sea verbeelden. Als conservator was ik de gebeten hond om ze bij elkaar te zoeken. Als een jonge hond struinde ik stad en land af en vond ze in allerlei musea en oudheidskamers, maar ook bij particulieren. Voor mijzelf kocht ik zelfs een paar hondjes op een veiling.


We vroegen een flink aantal bruiklenen aan en nu komen ze allemaal ‘binnengewandeld’. In het najaar kunt u ze een jaar lang allemaal bewonderen. Maar nu ga ik slapen, want ik ben zo moe als een hond.

woensdag 5 juni 2013

'Het Scheepje van Fortuna'

Lammetje met Januskop | Jan Spoelstra
 
Deze week werd op Ameland een lam met een januskop geboren: een kop met twee gezichten. Het dier had vier ogen, twee neuzen en twee bekjes, maar slechts twee oren. Ik schrijf ‘had’, want het arme dier is kort na de geboorte overleden. De meeste van deze diertjes leven meestal niet erg lang. In natuurhistorische musea kun je ze soms zien staan, opgezet tussen andere curiositeiten. Over curiositeiten gesproken, het lammetje deed mij vrijwel direct denken aan een uitzending van het programma Tussen Kunst en Kitsch van een paar jaar geleden. Een boekenliefhebber had zich een exemplaar van het boek Der Zee-Vaert Lof van Elias Herckmans uit 1634 aangeschaft, maar daarin ontbrak een illustratie: een ets van Rembrandt!
 
 
 
Jarenlang zocht de bibliofiel naar deze losse prent om die in zijn onvolledige boek te kunnen laten inzetten. Uiteindelijk was hem dit gelukt en was het boek weer compleet. De boekenexpert van het programma vertelde het bloemrijke verhaal van het boek en de Rembrandtets. Elias Herckmans (1596-1644) was een zeevaarder en dichter. Voor Der Zeevaert-Lof, een boek over de zeegeschiedenis vanaf de Ark van Noach tot aan zijn eigen tijd, gaf Herckmans opdrachten aan verschillende kunstenaars om prenten voor het boek te leveren. Rembrandt was een van die kunstenaars en zijn ets is bekend geworden als Het Scheepje van Fortuna. Het is een van Rembrandts weinige maritieme prenten. Over de interpretatie van de betekenis van de voorstelling is veel gespeculeerd. Een man met een lauwerkrans stort neer met zijn paard en rechts zeilt een scheepje met Neptunus weg, terwijl Fortuna het zeil vasthoudt. Sommigen denken dat de ets verwijst naar de Zeeslag bij Actium tussen Marcus Antonius en Octavianus uit 31 voor Chr. of dat het een allegorie is op de eigen tijd van Herckmans en Rembrandt: de vredesonderhandelingen tussen de Republiek met de Spanjaarden. Recent onderzoek wijst uit dat de ets waarschijnlijk een samenstelling van verschillende scènes is en dat de opkomst en ondergang van het Romeinse rijk is verbeeld. Fortuna en Neptunus moeten dan gezien worden als symbolen voor vrede, handel en welvaart, die nu naar andere streken trekken. Maar wat heeft een ets van Rembrandt nu te maken met een tweekoppig lammetje? Het antwoord ligt in het beeld van de Romeinse beschermgod Janus, dat achter de gelauwerde keizer staat. Deze god wordt afgebeeld met twee gezichten die ieder een andere kant opkijken, een naar de toekomst en een naar het verleden. Daarmee werd hij ook gezien als de god van ‘alle begin en de overgang van oud naar nieuw’. Niet voor niets is de maand januari daarom naar hem vernoemd.
De eigenaar van het boek wilde van de expert van Tussen Kunst en Kitsch natuurlijk weten wat de waarde ervan was. Die vertelde onomwonden dat voor een mooi exemplaar van Herckmans boek een aardige som geld moet worden neergeteld, maar dat die prijs bij de aanwezigheid van de ets van Rembrandt nog enkele malen moet worden vermenigvuldigd. Verbazing alom natuurlijk. Daags na de uitzending ben ik het exemplaar in onze uitgebreide bibliotheekcollectie gaan bekijken. Gelukkig zat de Rembrandtets er keurig in. Oh Fortuna!

woensdag 10 april 2013

'Plons!'


Wie het in het Maritiem Museum over 'Plons' heeft, bedoelt eigenlijk altijd onze interactieve kindertentoonstelling 'Professor Plons', die al zoveel jaar een enorm succes is. Als ík echter 'Plons' hoor, denk ik vaak aan 'Zeeslag', het spel dat mijn kinderen met enige regelmaat uit de kast trekken. Laatst was het weer zover.'D4!', 'Plons!', 'G8', 'Plons!', 'B6!' 'Plons!' klonk het door de huiskamer. En plots 'Raak! Blub, blub, blub. Je hebt mijn slagschip te pakken!' Onwillekeurig moest ik op dat moment denken aan een gebeurtenis van enkele jaren geleden. U moet weten dat veel mensen ons museum goedgezind zijn en ons regelmatig de meest fantastische voorwerpen schenken. Dat varieert natuurlijk. Niet elke dag ontvangen we topstukken als schilderijen van de Van de Veldes, die op veilingen forse bedragen opbrengen. Nee, het zijn meestal geen voorwerpen met een hoge geldelijke waarde. Vaak zijn het wel heel persoonlijke objecten die soms al heel lang in familiebezit circuleren. Dan is het soms best moeilijk om er afstand van te doen. We proberen de aanbieder er dan steeds van te overtuigen dat het voorwerp bij ons in goede handen is en voor altijd blijft. Misschien haalt het nooit de objectenlijst die we bij elke tentoonstelling maken, maar het voorwerp is wel voor altijd voor het nageslacht behouden. Hoe vaak maken we niet mee dat een kleinkind een dagboek van een varende voorouder komt bestuderen. Of dat de familie het scheepsmodel komt bekijken dat opa gemaakt heeft.


Enkele jaren geleden kwam een familie van een Alkmaarse tandarts op bezoek om de 'Prinz Eugen' te bezichtigen, het scheepsmodel dat de inmiddels overleden tandarts zo gedetailleerd had gebouwd. Met de specifieke tandartsinstrumenten als boortjes en tangetjes had hij dit Duitse slagschip nauwgezet op schaal nagebouwd. Vaak was de modelbouwende tandarts ermee naar de Alkmaarse vijvers getogen om het daar al varend te laten zien. Na zijn overlijden, besloot de weduwe van de Alkmaarse tandarts om het model aan het Maritiem Museum te schenken. Omdat het in onze uitgebreide collectie eigenlijk een vreemde eend in de bijt is en maar weinig in tentoonstellingen zal figureren, sierde het pronkmodel jarenlang een van de kasten in de museumbibliotheek. Veel bezoekers keken er vol bewondering naar. De keer dat de familie van de maker er speciaal voor naar Rotterdam kwam, staat mij nog helder voor de geest. Weduwe, kinderen en kleinkinderen zaten ademloos om het scheepsmodel van hun echtgenoot, vader en grootvader heen. En ik - destijds bibliothecaris - mocht tekst en uitleg geven over het model en de geschiedenis van het echte slagschip. Op dit soort momenten prijs ik mij gelukkig dat ik in het Maritiem Museum werk en mensen iets over de maritieme geschiedenis mag vertellen. Nee, bij 'Plons' denk ik vaak 'Raak!'

P.S. Het scheepsmodel van de 'Prinz Eugen' staat momenteel in ons depot en is dus voor bezoekers niet te zien.

zaterdag 23 maart 2013

Fotodetective


Kent u het boek 'De fotodetective' van Hans Aarsman? Nee? Lees het dan vooral, want het is zeer de moeite waard als u van fotografie houdt. Hans Aarsman is fotograaf. Althans dat was hij, want in 2004 stopte hij met het maken van foto's. Hij schrijft nu over fotografie en noemt zich fotodetective. Hij vergelijkt zichzelf met de grote fictieve speurder Sherlock Holmes, een creatie van Arthur Conan Doyle. Kijk, dat spreekt mij dan weer aan, want 'Elementary my dear', ik ben zelf ook een grote fan van deze 'supersleuth'. Hans Aarsman kijkt nu vooral naar foto's en vooral dan naar details. Wat gebeurt er? Wat is er te zien? Of liever, wat is er juist niet te zien? Aarsman beschouwt een foto als een verzameling feiten die in één beeld is samengebracht. Dat hoeft dus zeker geen prachtig plaatje te zijn. Heel mooi blijkt dat uit het motto van het boek: 'There is nothing as unnatural as the commonplace'.
Het gaat Aarsman net als Holmes om het observeren. En het verschil tussen observeren en kijken. Een foto wordt vaak interessant door het verhaal erachter. Je moet dat verhaal dus weten. Een fotodetective moet dus ook veel weten. Anders kan hij niet vaststellen of wat hij ziet, rijmt met wat hij weet. Kijk, dat spreekt mij dan weer aan. Zelf weet ik ook nogal veel. Dat klinkt verwaand, maar mensen die mij kennen weten dat ik erg bescheiden ben. Behalve als er Triviant wordt gespeeld. Een waarschuwing, speel dat niet met mij. De meest gekke, onzinnige onderwerpen boeien mij mateloos. Ik win dus (bijna) altijd. Maar goed, terug naar de fotografie. Ik besloot om zelf ook fotodetective te worden. Ik nam een foto uit de collectie van het Maritiem Museum en projecteerde daar de ideeën van Aarsman overheen. De foto die ik koos, was niet zonder reden. Ik ben er al een tijdje mee bezig omdat ie misschien te zien is in een tentoonstelling waaraan ik nu werk. De foto toont twee mannen in een ruimte. Ze zitten er nogal onderuitgezakt bij. Aan de muur hangen pin-ups. Er staat een stereo-apparaat op een tafel. Aan de ene kant daarvan staan wat dozen, aan de andere kant ligt een stapeltje handdoeken. Wat gebeurt hier? Nu moet u weten dat de mannen Filipijnse zeelieden zijn die zich ontspannen aan boord in hun scheepshut. Een man bekijkt een CD-hoesje. Kennelijk luisteren de mannen naar muziek uit de stereo. Wat valt er op? De twee lijken geen oog te hebben voor de naakte dames op de foto's aan de wand. Toch is er iets wat hen opwindt. Althans een van hen. Kijk maar eens naar de man rechts en de bult die zich heeft gevormd in zijn broek.
Hans Aarsman schrijft erover. Mensen zijn net hondjes, zodra ze een soortgenoot ontdekken, gaat hun blik meteen in de richting van die ander. Staat een mens op een foto, dan wordt die mens automatisch het onderwerp van de foto, de rest wordt omgeving. Niet alles wat in beeld verschijnt, heeft evenveel waarde. Er valt nog heel wat te ontdekken.

Bron: Hans Aarsman, De fotodetective. Uitg. Podium, 2012.