zaterdag 20 juli 2013

De kunstenaar als zeeman / De zeeman als kunstenaar

Van de Britse schilder William Turner (1775-1851) wordt gezegd dat hij zich ooit vier uur lang in een storm aan een mast had laten vastbinden, om zo het razende natuurgeweld waarheidsgetrouw te kunnen vastleggen. Turner benadrukte dit graag zelf en deed gretig mee aan de verspreiding van het verhaal. Veel zeeschilders gingen zelf de zee op om de elementen van wind, water en lucht aan den lijve te ondervinden. Een van de eerste kunstenaars die dat deed, was de Haarlemmer Hendrick Vroom (1566-1640), die algemeen beschouwd wordt als de grondlegger van het zeestuk in de Noordelijke Nederlanden. Volgens de overlevering leed hij aan het eind van de 16de eeuw voor de Portugese kust schipbreuk tijdens een van zijn vele buitenlandse reizen. Aan land gekomen, schilderde hij zijn belevenis en terug in Holland bleef hij hiermee doorgaan omdat zijn 'scheepkens' gretig aftrek vonden. Zo kan een genre in de kunst door een toevalligheid ontstaan. Voor het maken van de beroemde Zeeuwse tapijtreeks ging Vroom bewust de zee op om in de nabijheid van Zierikzee persoonlijk de omstandigheden van wind, wolken en water te ervaren waarmee zeelieden in deze omgeving geconfronteerd werden.


Cornelis van Wieringen (ca. 1575-1633), ook een Haarlemmer en tijdgenoot van Vroom, kwam zelf uit een zeevarende familie. Dan is het dus niet zo vreemd dat hij de 'takelingen' en andere scheepseigenschappen zo goed kon afbeelden. Hij schilderde in 1622 een van de grootste zeestukken van de 17de eeuw: de Zeeslag bij Gibraltar.
Willem van de Velde de Oude (ca. 1611-1693) kreeg van de admiraliteit zelfs een klein bootje toegewezen om achter de vloot aan te zeilen. Als een 'embedded journalist' avant la lettre bracht hij nauwkeurig de schepen en vlootbewegingen tijdens de talloze zeeslagen tussen de Nederlanders en Engelsen in tekening. Daarvan zijn er honderden bewaard gebleven.
 

Er waren ook wat minder fortuinlijke zeeschilders. Scheepstimmerman Gerrit Groenewegen (1754-1826) raakte door een ongeluk zijn rechterbeen kwijt waardoor hij zijn vak niet meer kon uitoefenen en zich noodgedwongen omschoolde tot maritiem tekenaar. Ook de Zeeuw Engel Hoogerheijden (1740-1807) overkwam dit lot. Hij was matroos bij de VOC en verloor net als Groenewegen een been. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken koos hij voor het beroep van kunstenaar. Misschien is dat voor ons maar goed ook, want anders hadden we hun namen en werken waarschijnlijk nooit gekend.
Ook in de moderne kunst worden schepen en de zee vaak tot onderwerp gekozen. Maar de kunstenaars hebben veelal zelf geen relatie met scheepvaart of scheepsbouw. Iemand die door de scheepvaart ten onder ging, was de conceptuele kunstenaar Bas Jan Ader (1942-1975).

 
In 1975 wilde hij voor zijn project 'In Seach of the Miraculous' met een klein zeilscheepje de Atlantische Oceaan oversteken. Hij kwam nooit aan en zijn bootje werd leeg teruggevonden. Ader was helaas niet zo fortuinlijk als Hendrick Vroom.

woensdag 10 juli 2013

Hondenbaan?

Het is helemaal niet zo vreemd om een hond tegen te komen in het Maritiem Museum. Visueel gehandicapten met een herkenbare en gediplomeerde begeleidingshond zijn bij ons van harte welkom. Dat geldt ook voor bezoekers met een handicap die een sociale begeleidingshond, een zogenaamde SOHO-hond, hebben. Maar we hebben zelf ook honden in huis. Denk maar eens aan Sjaak de scheepshond. 
Sjaak leeft op een zeilschip en zoekt in het museum naar vriendjes. Kinderen kunnen dan helpen om een vriendje voor Sjaak te zoeken en dan leren ze meteen allerlei weetjes over de scheepvaart. En dan hebben we natuurlijk ook nog Dobber, een van de vrienden van Professor Plons. Honden en schepen, ze hebben wat met elkaar. Wie kent niet de viervoeter Skip, de trouwe metgezel uit de stripverhalen van Kapitein Rob? Of Nero, de scheepshond van Bulletje en Boonestaak? Voor onze nieuwe tentoonstelling Sex & The Sea, die eind september 2013 opent, halen we een hele roedel in huis. Nee, schrik maar niet, het zijn geen echte honden. De honden die we gaan exposeren, blaffen niet en bijten doen ze al helemaal niet. Het zijn zogenaamde Staffordshire hondjes, schoorsteenmantelhondjes in tweetallen van aardewerk. Met name zeelieden namen ze uit Engelse havensteden als souvenir voor hun vrouwen mee. De hondjes kregen daardoor de bijnaam ‘schippershondjes’. Hoewel er van aardewerk verschillende rassen werden gemaakt, waren de vaak sullig uit hun ogen kijkende spaniĆ«ls het meest populair. In Nederlandse en Noord-Duitse havenplaatsen gaan verhalen de ronde dat de prostituees de zeelieden de hondjes verkochten als dekmantel voor hun bewezen diensten. Op deze manier hadden de stoere zeelieden een legale reden om bij de dame in kwestie op bezoek te zijn. Zo zouden ze ook als signaal- of seinhond van de meisjes van plezier dienen: wanneer de hondjes naar binnen of naar elkaar keken had ze mannelijk gezelschap en stonden ze naar buiten gedraaid was ze vrij. Hierdoor kregen ze de bijnaam ‘hoerenhondjes’. Met een veelheid aan hondenparen in allerlei kleuren, maten en vormen willen we dat verhaal in Sex & The Sea verbeelden. Als conservator was ik de gebeten hond om ze bij elkaar te zoeken. Als een jonge hond struinde ik stad en land af en vond ze in allerlei musea en oudheidskamers, maar ook bij particulieren. Voor mijzelf kocht ik zelfs een paar hondjes op een veiling.


We vroegen een flink aantal bruiklenen aan en nu komen ze allemaal ‘binnengewandeld’. In het najaar kunt u ze een jaar lang allemaal bewonderen. Maar nu ga ik slapen, want ik ben zo moe als een hond.